2014 Colombia

De finale – Bogota, Zipaquira, Villa de Leyva, Raquira, San Gil, Barichara, Cartagena, Santa Marta

Written by Roel Kerkhof

We waren onze vorige verslag iets te optimistisch geëindigd. In plaats van 10-12 uur duurde de busreis van San Agustin naar Bogota 14 uur. En dat op een zondag. Onze afkeer van latino muziek, van Pepi Bueno (de Colombiaanse Jantje Smit) in het bijzonder, is tijdens deze rit weer wat dieper geworteld geraakt…. Tweebaanswegen die zich door bergen slingeren en veel tankwagens zorgden voor vertraging op het eerste gedeelte, wegwerkzaamheden en inwoners van Bogota die na een weekendje weg huiswaarts keerden maakten van de laatste honderd kilometer een kruiptocht – we deden er vier uur over. Vervolgens mochten we nog 20-25 minuten in de rij staan voor een taxi om rond elf uur ’s avonds uitgeput en enigszins dizzy (kan ook door de hoogte komen, Bogota ligt op 2.625 meter hoogte) in ons hotel te arriveren. We mogen echter niet klagen. Andere Zuid-Amerika reizigers repten over busritten van 36-48 uur, dus dan is dit peanuts.

Tja, Bogota. De hoofdstad (7-8 miljoen inwoners) van Colombia zal niet snel onze favoriete stad worden. Je kon er weliswaar gratis naar het Museo d’Oro (om inheemse gouden voorwerpen te bewonderen) en het Botero museum (om te concluderen dat hij weinig fantasie had, steeds hetzelfde trucje herhalen gaat op den duur vervelen), maar het oude koloniale centrum van La Candelaria viel toch een beetje tegen in vergelijking met wat we elders in Colombia hebben gezien. Met Bogota Bike Tours hebben we op de fiets de stad nog wat verder kunnen verkennen en kwamen we op plekken waar je als toerist verder niet zo snel zult komen. Dat was interessant, maar liet meteen ook zien dat Bogota niet snel architectuurprijzen zal winnen.

Daarnaast hebben we een dagtochtje gemaakt naar de zoutkathedraal van Zipaquira (één van de drie in de wereld). Deze ligt normaal gesproken op twee uurtjes van het centrum van Bogota. Normaal gesproken. In Bogota kennen ze een systeem van buslijnen dat zou moeten fungeren als een metro. Helaas is dit systeem behoorlijk lastig te doorgronden, ook voor de inwoners van Bogota zelf. De buslijn die ons werd aangeraden bleek niet in de ochtendspits te rijden. Een behulpzame meneer die zei dezelfde kant als ons op te moeten wou ons wel helpen. Om een lang verhaal kort te maken: na twee uur bereikten we het busstation waar vandaan de bus richting Zipaquira vertrok. Daarna ging het echter vlot. Ter plekke werden in een knullig 3D-filmpje de zoutmijnen die sinds het begin van de achttiende eeuw worden geëxploiteerd en de zoutkathedraal als het ‘eerste wonder van Colombia’ gepresenteerd. Via dertien kunstzinnig verlichte kruizen die – met de nodige verbeeldingskracht – de kruisweg van Jezus moesten voorstellen daalde je 190 meter in de mijn af naar de kathedraal om te eindigen bij een Vegas-achtige sound-and-lightshow en een reeks souvenirshops. Apart was het zeker, maar een wonder?

Van Bogota ging het in vier uurtjes bussen weer sneller dan verwacht naar het koloniale stadje Villa de Leyva (2.140 meter hoogte), dat kan pronken met één van de grootste Plaza’s Mayor in de Amerika’s. Het fotogenieke koloniale centrum wordt al sinds de jaren vijftig intact gehouden, inclusief de met grote keien geplaveide straatjes. Auto’s kunnen daardoor slechts stapvoets rijden en wandelaars moeten voortdurend naar beneden kijken om de enkels niet te zwikken. Omdat het relatief dicht bij Bogota ligt is het wel behoorlijk toeristisch, wat een beetje ten koste ging van het authentieke karakter. Het nabij gelegen pottenbakkersdorpje Raquira was juist weer opvallend rustig, terwijl ze daar juist alles uit de kast leken te hebben gehaald om bezoekers van Villa de Leyva ook naar hun dorp te lokken, met over-the-top gevelkleurtjes en vele vierkante meters shoppingplezier. Het is ze in ieder geval gelukt om ons de portemonnee te doen trekken (en dat is bij zuinige wereldreizigers niet altijd even eenvoudig……).

Alsmaar verder naar het noorden reizend belandden we vervolgens in San Gil. Onderweg beleefden we (pas) het tweede pechgeval van deze reis. Dat ging als volgt: buschauffeur – die blijkbaar iets heeft gevoeld – stapt uit om wielen te controleren, buschauffeur vindt niets en stapt onverrichterzake weer in, buschauffeur haalt enkele minuten later op onoverzichtelijke plek in (is hier heel normaal), buschauffeur ziet tegemoetkomend verkeer, remt hard en stuurt terug naar rechter weghelft, passagiers zien linker achterwiel voorbij rollen en voelen busje tot stilstand komen, passagiers zien tweede wiel linksachter scheef staan en denken ‘dit busje gaat niet verder rijden’, buschauffeur denkt daar anders over en gaat bezig met herstelwerkzaamheden, passagier Eugénie vindt langs de weg drie van de losgeraakte bouten, passagier Roel helpt bij verkeer regelen (busje staat scheef midden op de weg op eerder genoemd onoverzichtelijk punt), buschauffeur trekt na anderhalf uur zelfde conclusie als passagiers, passagiers vervolgen – na nog een klein half uurtje wachten – met andere busjes hun weg, passagiers zijn zo toch weer een hele dag onderweg.

Het stadje San Gil is de outdoor hoofdstad van Colombia, met tal van mogelijkheden voor avontuurlijke activiteiten. Onder het motto dat we alles in ons leven een keer gedaan willen hebben, gingen we hier paragliden. Omdat we het meteen ook goed wilden doen kozen we voor de dure optie (ruim 60 euri pp): paragliden in de grootste en meest spectaculaire canyon van Colombia, de Chicamocha canyon. Het liep allemaal niet zoals gepland. De eerste vluchten van ons groepje verliepen nog redelijk voorspoedig, maar toen Eugénie aan de beurt was, was de thermiek al verre van optimaal meer. Haar vlucht bestond daardoor grotendeels uit het onder in de kloof rondcirkelen op zoek naar voldoende opwaartse luchtstroom om weer te kunnen stijgen. Toen dat eenmaal was gelukt en ze eindelijk mooie uitzichten had vond haar ietwat chagrijnige piloot het ook meteen tijd om dan maar te landen. Dat verliep evenmin vlekkeloos, met licht geschaafde kuiten tot gevolg.

Omdat de volgorde van vliegen op basis van gewicht werd bepaald, was Roel als één van de laatsten aan de beurt. Wat we vooraf vreesden kwam uiteindelijk ook uit: de omstandigheden om te paragliden werden zo slecht dat hij en nog iemand anders niet meer de lucht in konden. Balen. Als alternatief kon diezelfde middag nog wel op de standaard paraglide locatie worden gevlogen. Roel heeft dat maar geaccepteerd om toch te kunnen vliegen. De locatie was beduidend minder spectaculair, maar de omstandigheden waren wel zo goed dat de piloot allerlei trucjes kon doen. Roel wist niet of hij hier zo blij mee moest zijn. Het was als een rit in de achtbaan. Daarin wordt hij altijd misselijk (zal wel iets zijn met het evenwichtsorgaan). Nu was dat niet anders, ook al hield zijn piloot zich in. Kortom, voor ons beiden was het niet de ervaring waar we vooraf zo naar hadden uitgekeken. Elk nadeel heb echter z’n voordeel; Roel kreeg zo’n veertig euro retour omdat hij niet boven de canyon had kunnen vliegen. Een schrale troost.

San Gil bracht gelukkig niet alleen tegenslag. Drie kwartier rijden buiten de stad lag nog een mooi koloniaal dorpje, Barichara, dat veel als decor voor speelfilms en tv-series is gebruikt. Je had het in twee, drie uurtjes gezien, maar het was veel minder toeristisch en voelde veel authentieker dan Villa de Leyva. En zal je altijd zien: heb je voor het eerst in meer dan zeven maanden één dag je paspoort niet bij je (we hadden eens een keer een kluisje in onze kamer), wordt de bus bij een routine politiecontrole (die je hier zeer veel hebt) aan de kant gezet. Gelukkig bleek een kopie van onze paspoorten te volstaan, men was meer geïnteresseerd in het screenen van de Colombiaanse passagiers. Je kon vanuit Barichara ook nog een wandeling van – in ons geval – anderhalf uur maken over een oude, met stenen geplaveide weg, de Camino Real, naar het dorpje Guané. Met de extra rode bloedcellen die we de afgelopen weken op hoogte hadden getankt, de hoogte waarop we ons nu bevonden (1.100-1.300 meter) en een route die vooral omlaag liep verwachtten we dat het een eitje ging worden. Eugénie vond het met de brandende zon en de hoge temperaturen desalniettemin toch nog een pittige wandeling. Maar het was wel de moeite waard.

Om ons een laatste lange dag bussen van minimaal veertien uur te besparen besloten we naar onze volgende bestemming Cartagena te vliegen. Daarvoor moesten we eerst naar de stad Bucuramanga, 2,5 uur rijden met de bus vanaf San Gil. De weg slingerde zich spectaculair langs de Chicamocha canyon. We zaten aan de goede zijde van de bus. Onderweg kregen we de vergezichten over de canyon die we eerder hadden gemist. We hadden onze vlucht geboekt bij Easyfly, een kleine Colombiaanse charter die als enige rechtstreeks van Bucuramanga naar Cartagena vloog en tevens de goedkoopste was. De gloednieuwe vertrekhal was opvallend leeg, er bleken slechts achttien passagiers voor de vlucht te zijn. Veel meer kon ook niet, want er bleek een piepklein toestel met plaats voor maximaal dertig passagiers klaar te staan, een soort van privéjet. De stoelen stonden in een 1-2 opstelling, vakken voor de handbagage ontbraken en we vermoeden dat er strenge lengte-eisen worden gesteld aan de (strak geklede) stewardess. Eugénie was al bijna te groot om rechtop te kunnen staan. Een bijzonder vluchtje, ook al duurde hij maar een uur.

Cartagena was de belangrijkste stad aan de Caraïbische kust tijdens de Spaanse koloniale tijd. De Spanjaarden bouwden er na verschillende piratenaanvallen onder meer het grootste fort van hun koloniale rijk, wat je er nu kunt bezichtigen (het is vooral groot…). Het kleurrijke koloniale centrum met z’n balkonnetjes, monumentale kerken en vele plaza’s staat nu op de Unesco Werelderfgoedlijst en is volgens velen de mooiste koloniale stad van de Amerika’s. Het is inderdaad een hele mooie stad om in rond te slenteren – en weer heel anders dan de delen van Colombia die we hiervoor hadden bezocht, meer tropisch (warm) en supertoeristisch -, maar het overweldigde ons minder dan we verwacht hadden. Misschien kwam dat ook wel doordat we steeds vermoeider begonnen te raken als gevolg van het vele reizen en omdat – wat alleen maar voor het land spreekt – er zoveel te zien en te doen is.

Cartagena heeft op een uurtje rijden ook nog een attractie met een hoog rariteitsghalte, de Volcan El Totumo, een moddervulkaan. De meningen zijn verdeeld over het feit of de vijftien meter hoge heuvel een natuurfenomeen is of een manmade tourist trap, maar een bijzondere ervaring is het zeker (en je krijgt er een gladde, zachte huid van). Eerst moet je de heuvel opklimmen om vervolgens via een houten ladder weer af te dalen in de dikke modderbrij waarin je vanzelf blijft drijven. Met alle tourtjes die rond hetzelfde tijdstip arriveren is het al snel gezellig druk en is het in de modder steeds maar weer de vraag wiens lichaamsdeel je nu weer grijpt in een poging te manoeuvreren. Tegen meerprijs kun je verschillende diensten afnemen. Zo zijn er mannetjes die je in de modder masseren (leek meer op wrijven, deden we dus maar niet), is er een mannetje dat foto’s van je neemt (knap hoe hij behangen met 15-20 camera’s iedereen met de eigen camera weet te kieken) en zijn er vrouwtjes die je in de naastgelegen lagune willen wassen (dat kunnen we ook heus wel zelf). Het mannetje dat bij het verlaten van het modderbad meehelpt de meeste modder van je af te wrijven voor je de spiegelgladde trap weer omhoog klimt was gratis. Zijn ‘beloning’ zal er ongetwijfeld uit bestaan dat hij vrouwen onzedelijk kan betasten (zo ervoer Eugénie het althans) zonder meteen een pets om zijn oren te krijgen…..

Eergisteren hebben we met een toeristenbusje de 3,5 uur overbrugd naar Santa Marta, een stukje noorderlijker aan de Caraïbische kust. Hier zijn we voor een weekje zon, zee, strand, rust voordat we weer naar het koude Nederland terugkeren. We hebben het stadsdeel Rodadero waar met name Colombianen vakantie vieren als basis gekozen. Het hotel dat we vooraf hadden uitgekozen, hebben we nooit van binnen gezien. We werden bij aankomst meteen benaderd door mannetjes die appartementen in de aanbieding hadden. Met onze geplande zeven nachten waren we bijzonder gewild. Na een uurtje appartementen kijken vonden we er een voor een aantrekkelijke prijs (een stuk goedkoper dan het hotel dat we in gedachten hadden), met balkon, twee badkamers en zwembad, maar helaas zonder wifi (daarvoor moeten we naar een Centro Commercial om de hoek) en een niet al te beste tv-aansluiting. Vanmorgen zagen we Ireen Wüst op een sneeuwbeeld (wel weer toepasselijk) de olympische titel op de 3.000 meter grijpen. Nog slechts vijf dagen te gaan (snik).

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment