2013 Costa Rica

Vliegen als Superman – Curubandé, Rincon de la Vieja, Santa Elena, Monteverde

Written by Roel Kerkhof

Om te beginnen: feliz navidad, prettige kerstdagen. Kerstsfeer hebben we de afgelopen tijd wel een beetje gemist, maar verder is er na bijna een half jaar reizen nog weinig behoefte om naar Nederland terug te keren. Het weer is hier toch wel een stukkie prettiger :-). Het enige wat van ons wel wat minder mag is de wind. Je leest er niets over terug in de reisliteratuur, maar het blijkt in deze periode veel te waaien in Midden-Amerika. We bevinden ons momenteel in Santa Elena/Monteverde in Costa Rica, waar de meeste wind lijkt te staan. Afgelopen nacht leek het in ons hostel wel alsof er een najaarsstorm woedde – de golfplaten daken kraakten en onze hoekkamer (met vanuit bed uitzicht op de omliggende bergen) bewoog lichtjes in de wind. We vonden het eigenlijk wel prettig slapen, net als thuis.

Eén van de momenten waar we deze reis vooraf het meest tegen opzagen was de grenspassage van Nicaragua naar Costa Rica. We hadden er veel slechte verhalen over gelezen: deze zou druk en chaotisch zijn en kon 2-7 uur in beslag nemen. Daarbij werd vlak voor de kerst extra drukte verwacht en werd de laatste maanden streng gecontroleerd op het hebben van een vlieg- of busticket waarmee aangetoond kan worden dat je het land weer verlaat. Dat laatste hebben wij niet, wel een vliegticket van Panama naar Colombia. Voor veel geld een internationaal busticket kopen waar we toch geen gebruik van zouden maken zagen we niet zitten, dus bedachten we een exit-strategie: vroeg in de ochtend met een taxi naar de grens om daar te arriveren voor de internationale bussen en dan gokken dat ons Panama-ticket zou worden geaccepteerd. Zo niet, dan konden we alsnog een busticket kopen en zonder al te veel tijdsverlies achter in de rij aansluiten.

De tactiek slaagde wonderwel. Nadat Eugénie tot drie keer toe het Spaanstalige verzoek om een ticket Costa Rica uit te tonen riposteerde met ‘English please’ bleek tot onze stomme verbazing het Panama-ticket te volstaan. En binnen het uur zaten we in een Costa Ricaanse bus! Uiteindelijk kwamen we eerder dan voorzien en tegen een fractie van de kosten die bij een ‘worst case’ scenario mogelijk waren geweest bij onze eerste stop in Costa Rica aan: het dorpje Curubandé, vlakbij het nationale park Rincon de la Vieja. In Curubandé hadden we een tenthuisje gehuurd op een klein complexje gerund door een Nederlands echtpaar met een heel lief hondje. We zijn er weer even aan herinnerd dat we geen grote fans van kamperen zijn, maar als budgetreiziger hadden we in deze afgelegen uithoek weinig andere keuze. De rest was (te) duur. Maar dat is sowieso iets dat ons meteen opviel aan Costa Rica: het land is ontzettend duur, vooral wat betreft eten (onze pizzastandaard is vrijwel onhaalbaar) en entrees en activiteiten. Die prijzen liggen op westers niveau. Muy caro dus.

In Costa Rica zijn echter een aantal activiteiten die we beslist willen doen en dus zal flink de portemonnee getrokken moeten worden. De eerste dagen zijn de Costa Ricaanse colones en Amerikaanse dollars de beurs al uitgevlogen. Het is lekker rekenen ook om een beetje zicht te houden op wat je nu eigenlijk uitgeeft. Men wil het liefst in dollars worden betaald, maar dat kan weer niet overal en soms betaal je met dollars en krijg je colones terug, of een deel in colones en een deel in dollars. Maar de koersen colones-euro, colones-dollar en dollar-euro zitten er inmiddels redelijk in. Gelukkig hadden we in Nicaragua al wat oefening gehad. Daar waren we al net zo aan het goochelen met cordobas en dollars.

De eerste dollars in Costa Rica gingen dus naar Rincon de la Vieja, een natuurpark met veel vulkanische activiteit zoals bubbelende modderpoelen, kokende waterplassen, stoomgaten en heetwaterbronnen waar je jezelf tevens met vulkanische modder kon insmeren voor een heerlijk zacht huidje. Tijdens pak ‘m beet zes uur wandelen spotten we er ook nog kapucijnaapjes, ekstergaaien, een slang, een aguti en een gewillig poserende leguaan. En aan het eind – terwijl we stonden te wachten op vervoer terug – een heleboel vliegjes, zogeheten no-see-ums, die aanvankelijk vooral irritant leken, maar zo bleek de volgende ochtend ook veel jeukende bultjes achterlieten (ondanks de Deet). Roel had ze zelfs in zijn gezicht (al was dat met zijn bruine kop nauwelijks te zien), de schouderbladen van Eugénie waren een waar slagveld (Roel telde 45-50 bultjes). We hebben de afgelopen dagen dus aardig wat lopen krabben, al is dat niet zo verstandig.

Tijdens onze dagen in Curubandé was er elke dag rodeo en disco. Wij zijn de laatste dag toen de grootste stieren en de ‘professionele’ rijders in actie kwamen wezen kijken. Het was wel een amusant schouwspel. Elke keer wanneer een stier met berijder werd losgelaten renden drie hondjes de ring in om de stier nog eens extra op te jutten. In tegenstelling tot voorgaande jaren, toen er nog wel eens doden en gewonden vielen, vielen er dit jaar geen grote slachtoffers. De berijders droegen voor het eerst een harnasje en een helm. Slechts één keer moest een afgeworpen berijder via een soort doorgeefluikje het medische behandelhokje ingeschoven worden. Wel nam naarmate de avond vorderde het aantal rond hinkende mannen toe, maar dat zal mede aan de alcoholconsumptie hebben gelegen. Het is eigenlijk een wonder dat er geen ernstige ongelukken zijn gebeurd met al die jongens/mannen die hun mannelijkheid wilden tonen door de ring in te rennen en de stier uit te dagen nadat deze zijn last had afgegooid.

Behalve dat Costa Rica duur is, is het er soms ook lastig reizen met openbaar vervoer als je naar de nationale parken wilt. De toeristische infrastructuur is vooral ingesteld op rondrijden met geldverslindende huurauto’s of toeristenbusjes. Zo kon het gebeuren dat we voor de circa 120 kilometer tussen Curubandé en het toeristengetto Santa Elena/Monteverde bijna tien uur nodig hadden, inclusief ruim vijf uur wachten in the middle of nowhere (omdat we op vijf minuten een aansluiting misten……). Da’s best wel irritant en bij 32 graden Celsius en ook best wel vermoeiend. Het laatste stuk naar Monteverde ging over onverharde wegen door een heel mooi landschap. Dat beloofde dus wat voor wat als één van de meest bijzondere natuurgebieden van Costa Rica wordt beschouwd. Het unieke tropisch nevelwoud zou volgens de reisgidsen en brochures vol met kleurrijk wild life moeten zitten, maar bijna nergens anders tijdens deze reis hebben we zo weinig beestjes gezien als juist hier. Het woud was best mooi, maar een beetje teleurstellend was het wel (te veel wind, te veel zon – en geen nevel -, who knows). Zelfs een twee uur durende (en uiterst saaie) wandeling onder begeleiding van een gids over hangende bruggen tussen de boomtoppen leverde vrijwel niets op. Dat was vijftig dollar weggegooid geld.

Edoch, we waren ook naar Monteverde gekomen voor een beetje actie: ziplining. Hierbij hang je in een harnasje aan een kabel waarlangs je tussen de boomtoppen door van platform naar platform suist. Daar zijn ze ooit in Monteverde mee begonnen en het is nog steeds één van de beste plekken ter wereld om dat te doen, met verschillende aanbieders van divers adrenalineniveau. Roel had gedacht dat Eugénie voor een laag adrenalineniveau zou willen gaan, maar verraste door voor het op één na hoogste niveau te gaan, dat wil zeggen met hogere snelheden, een rappel (snel afzakken aan een touw), twee heeeel lange supermankabels hoog boven de bomen (waarbij je als het ware vliegt), waarvan één met 1590 meter lengte de langste zipline van Latijns-Amerika is, en tot slot de 45 meter hoge Mega Tarzan Swing, waarbij je vanaf een platform de diepte in moet springen en daarna door de lucht slingert.

Eugénie toonde zich de hele tijd uiterst koelbloedig, maar werd toch wat nerveus toen de Tarzan Swing eraan kwam, zeker nadat twee andere mensen voor haar niet durfden. Met de ogen dicht stortte ze zich echter onverdroten naar beneden waarna ze enthousiast begon te schreeuwen. Zo’n kick gaf het. Roel was trots op zijn meisje, en het meisje was ook apetrots op zichzelf. Terecht. Het was één van de hoogtepunten van onze trip tot nu toe. Actiefoto’s kunnen we helaas niet tonen. We hebben wel een cd met foto’s, maar geen externe cd-drive voor onze tablet. Effe wachten dus. Vanavond hopen we tijdens een nachttour nog wel wat wild te kunnen zien, daarna gaan we verder. O ja, Roel heeft gisteren na twee maanden zoeken eindelijk een paar nieuwe schoenen gescoord. Dat was nodig ook, want de zolen waren bijna volledig doorgesleten en het bovenwerk begon los te laten. Er kan dus weer stevig worden gewandeld. Nog 51 dagen te gaan.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment