2013 Taiwan

Taiwanees hikken – Kaohsiung, Hualien, Taroko Gorge, Jiaoxi, Taipei, Yehliu Geopark, Jiufen, Jinguashi

Written by Roel Kerkhof

We hebben weer een bewogen anderhalve week achter de rug: we zagen onder andere duizenden boeddha’s, een flinke portie geweldige kitsch, één imposante kloof, een aantal klassieke tourist traps (regelmatig vermomd als hot spring) en de binnenkant van een ziekenhuis. Het heeft even mogen duren, maar na 4,5 maand reizen moesten we dan toch een keer op zoek naar medische assistentie. Niets ernstigs hoor, maar wel heel vervelend; Roel had een chronisch gevalletje van de hik.

Het begon afgelopen maandagavond met een hiksessie van een half uur en er zouden er nog vele volgen, variërend van een half uur tot bijna drie uur, met donderdag als hoogtepunt ruim 8,5 uur de hik met een korte onderbreking van een half uurtje. Erg vermoeiend allemaal. Na een uitgebreide registratiesessie (vooral het paspoort bleek lastig te ontcijferen) bij een ziekenhuis van de national health insurance, een kort consult en betaling van liefst negen euro (we werden vooraf nog gewaarschuwd: je moet zonder Taiwanees verzekeringspasje wel zelf betalen hoor!) kreeg Roel voor drie dagen drie soorten pillen mee. Het heeft geholpen. Gisteren voor het eerst een hele dag zonder de hik.

Ons vorige verslag kwam uit Kenting. Daar hebben we daarna nog een zonovergoten dag gehad om weer een beetje aan de teint te werken/voor te bruinen voor Hawaii. Vervolgens gingen we met een minibus naar Kaohsiung, de tweede stad van Taiwan. De minibus rekende hetzelfde tarief als de expressbus op de heenweg, maar reed zonder te stoppen in één ruk naar Kaohsiung. Aangezien we de enige passagiers waren, werd het een soort taxirit; twee uur voor zeventien euro. Je vraagt je soms af hoe het kan.

Het was inmiddels ook weer eens tijd voor een knipbeurt van Roel. Kappers bleken verrassend duur in Kaohsiung maar de lokale Fabio van middelbare leeftijd nam er dan ook zijn tijd voor en kortwiekte Roel met militaire precisie. Steeds wanneer we dachten dat hij klaar was werden weer een paar haartjes ontdekt die om aandacht vroegen. Inclusief wasbeurten voor en na de knipbeurt zat Roel toch zo’n veertig minuten aan de kappersstoel gekluisterd. En wij maar denken voor een snelle tondeusebehandeling naar binnen te stappen.

In Kaohsiung weten ze, net als op heel veel plekken in Taiwan, fantastische namen te geven aan de meest onaanzienlijke dingen. Zo was de boottocht over de Love River ‘om te genieten van tal van romantische plekken langs het water’ zo ongeveer de minst boeiende (en zeker niet een romantische) activiteit die we tot nu toe op deze reis hebben ondernomen. Maar dat konden we weer ruimschoots wegstrepen tegen enkele heerlijk kitscherige pagoda’s bij de Lotus Pond. Wij houden op zijn tijd wel van wat kitsch en vooral bij de Dragon en Tiger pagoda’s waarbij je door de bek van een draak de ene pagode inliep en via de muil van een tijger de ander pagode weer uitliep kwamen we ruimschoots aan ons trekken. En ook het moderne kloostercomplex van Foguangshan even buiten Kaohsiung vonden we erg mooi. We houden van Boeddhabeelden en hier waren duizenden.

De trein bracht ons vervolgens in ruim vier uur van het warme zuiden van Taiwan naar het iets minder warme Hualien aan de oostkust. Om de reizigers alvast voor te bereiden stond de airco in de trein lekker koel; we stapten in met korte broek, t-shirt en sandalen die we binnen een half uur hadden verruild voor lange broek, sokken, schoenen en een jas. Gelukkig bleek het weer in Hualien mee te vallen, al had Roel inmiddels wel last van zijn chronische bronchitis gekregen. Eén van de redenen om twee weken eerder onze reisplannen voor Taiwan om te gooien waren de slechte weersvoorspellingen voor Taipei en de oostkust – vooral regen. Bij aankomst was het ook nu diepgrijs en druilerig, maar de twee dagen daarna viel het mee: wel redelijk veel bewolking, maar af en toe ook een beetje zon en redelijk aangename temperaturen. Goed genoeg om volop van de nabijgelegen Taroko kloof – ons uiteindelijke reisdoel – te kunnen genieten.

Taroko betekent terug naar de kust. De naam verwijst naar de 18 kilometer lange, spectaculaire kloof die de Liwu rivier in het gebergte (dat langs een groot deel van de oostkust bijna tot aan zee loopt) heeft uitgesneden voor ze even ten noorden van Hualien in zee uitmondt. Op sommige plekken is de kloof heel smal en is er nauwelijks ruimte voor de weg die in de steile rotswanden is uitgehouwen. Voor bussen is het op enkele plekken moeilijk manoeuvreren om elkaar te kunnen passeren. Met een ietwat onhandige shuttlebus hebben we veel kunnen zien. Helaas was een aantal wandelroutes die we hadden willen doen helemaal of deels afgesloten vanwege vallende rotsen als gevolg van tyfoons en aardbevingen. Via een Taiwanese overheidssite zagen we dat bevingen van 3-4 op de schaal van Richter in dit gebied dagelijks voorkomen. Altijd uitkijken dus.

Onze laatste dagen in Taiwan waren geen onverdeeld succes. Eerst investeerden we in de duurste overnachting van onze reis om in het hot spring plaatsje Jiaoxi een beetje op niveau te relaxen. De kamer was enorm ruim en voorzien van jacuzzi (maar daar is na tien minuten ook de aardigheid wel van af) en beschikte over een eigen hot spring bad op het dak, maar voor de rest was Jiaoxi een foeilelijke plaats, een klassieke tourist trap. Maar het kan zijn dat dit Taiwanezen nauwelijks opvalt. Naast kleurrijke en uitbundige tempels kent Taiwan namelijk vooral veel stalinistische betonbouw al dan niet afgewerkt met institutionele tegeltjes. Winkels, hotels, overheidsgebouwen, kantoorpanden, woonhuizen; meestal hebben ze smaak noch kraak. Het lijkt alsof de gebouwde omgeving de Taiwanezen weinig interesseert. De enige kleur komt van de neonreclames aan de gevels.

Eén van de weinige uitzonderingen is de Taipei 101, tot in 2010 de Burj Khalifa in Dubai gereed kwam met ruim 500 meter zes jaar lang het hoogste gebouw ter wereld (inmiddels is de toren gezakt naar plaats zes op de wereldranglijst). Taipei 101 ziet er uit als een gigantische bamboestengel. Die vormgeving is symbolisch. Het gebouw is zo geconstrueerd dat het mee kan bewegen met de (tyfoon)wind (en aardbevingen), maar – net als bamboe – zonder te breken. De Taiwanezen zijn er trots op. Boven één van de entrees staat heel onbescheiden ‘Mankind’s greatest engineering achievement’ (zulke superlatieven zijn we hier inmiddels echter wel gewend). De snelste lift ter wereld brengt je in ieder geval wel in slechts 37 seconden naar de 89ste verdieping voor een weids, maar naar onze bescheiden mening, niet het meest imposante uitzicht ter wereld. Je kan niet alles hebben.

Vanuit Taipei, waar het net als de eerste dagen weer lekker Nederlands grijs was, maakten we op een kille vrijdag middels de nodige bus- en treinbewegingen nog een uitstapje naar de noordkust. De rotsformaties van het Yehliu Geopark vonden we wel bijzonder (voor de foto’s was het wel heel erg jammer dat de zon hier niet scheen), maar de veel geprezen plaatsjes Jinguashi en Jiufen die massaal worden bezocht door de inwoners van Taipei vonden we niet zo heel erg bezienswaardig. We hadden het kunnen weten. Als in Taiwan iets wordt aangeprezen vanwege een ‘old street’ dan betekent dit meestal een straat vol souvenirwinkeltjes en eettentjes. Nu was dit niet anders. Pers dan ook nog eens duizenden mensen door zo’n straatje en dan weet je dat termen als pittoresk en fotogeniek bij het grofvuil kunnen worden gezet. Ook een echte tourist trap dus (tenzij je diehard van snacken en slenteren houdt).

En dan zal je altijd zien: waren we zover om Taipei als de meest grijze stad uit onze reishistorie in de annalen bij te schrijven, hadden we gisteren totaal onverwacht (en onvoorspeld) opeens een zonovergoten dag. Jammer genoeg hadden we ook weinig sights meer over. Na eerst een pakketje met spullen voor thuis bij het postkantoor te hebben afgeleverd (kosten slechts een tientje), trokken we eerst naar de Martyrs Shrine die grotendeels in de steigers stond en bezochten we vervolgens de hot springs van Beitou in het noorden van de stad. Hier hebben we ook maar weer het label tourist trap opgeplakt. We hebben in de openbare hot springs nog wel even lekker gebadderd tussen honderden Taiwanezen (en een moeilijk verstaanbaar en onsamenhangend verhaal van één van hen aangehoord), maar eigenlijk was het daar te warm voor (waren we daarentegen een dag eerder gegaan….., helaas).

We sloten ons verblijf in Taiwan gedenkwaardig af met een apart eetervaring bij het Modern Toilet Restaurant. Hier was het eten wat de pot schaft. Letterlijk. In dit themarestaurant draaide alles om het toilet: je zit op een toilet, krijgt gerechten geserveerd in een toilet, drinkt uit een beker in de vorm van een toilet of urinoir en het toetje wordt geserveerd in een hurktoilet en het ijs heeft de vorm van een…, afijn, verdere uitleg is overbodig. Het eten smaakte trouwens prima. Taiwan zit er nu op. En het begint saai te worden, maar andermaal bleven we ruim binnen de begroting (bijna 31 euro pppd in plaats van 40 euro).

Voor transport en entrees hoefden we weinig uit te geven, het eten was echt spotgoedkoop, terwijl ook hotels redelijk betaalbaar bleken. Kijkend op boekingssites dachten we dat hotels hier redelijk aan de prijs waren, maar in de praktijk vonden we vlak bij stations altijd goedkopere hotels van meestal een goede kwaliteit (de buitenkant zei daarbij lang niet alles). Van het geld dat we overhielden hebben we een deel aangewend om twee ultralichte en heel compact op te vouwen donzen winterjacks te kopen. Handig voor op reis. Voorlopig hopen we ze eerst nog niet nodig te hebben. Vandaag vliegen we naar Hawaii als tussenstop in de grote oversteek naar Centraal-Amerika. Nog 84 dagen te gaan.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment