2013 Taiwan

Welcome to Taiwan – Taipeh, Pingxi spoorlijn, Taichung, Lukang, Sun Moon Lake, Alishan, Tainan, Kenting

Written by Roel Kerkhof

Ons vorige verhaal beëindigden we met de mededeling dat we naar het zevende land van onze wereldreis zouden gaan. Daarover zijn de meningen echter verdeeld. Een minigeschiedenisles maakt meer duidelijk. Het huidige Taiwan, of de Republic of China zoals het zich ook wel noemt, ontstond toen de troepen van Chiang Kai-shek in 1949 het onderspit dolven in de strijd met de communistische strijdkrachten van Mao Tze-tung. Chiang en zijn leger trokken zich terug op het eiland Taiwan met de intentie op een later moment de heerschappij over heel China terug te winnen. Hij riep op Taiwan de republiek China uit en beschouwde zich tegelijk als de legitieme leider van het vasteland van China. Het communistische China van Mao beschouwde op haar beurt Taiwan als afvallige provincie die op termijn, goedschiks dan wel kwaadschiks, in het gareel gebracht moest worden.

De beide kemphanen zijn inmiddels allang dood en begraven, maar de wederzijdse claim (hoewel van Taiwanese zijde enigzins afgezwakt) zet de relatie tussen de twee landen nog altijd onder druk. Blijft de vraag: welke van de twee landen is het echte China? Afgaande op het feit dat slechts 23 – vooral kleine – landen Taiwan als zelfstandige natie erkennen, lijkt vasteland China de slag te hebben gewonnen. Ook volgens Nederland is Taiwan geen zelfstandig land. Wij tellen Taiwan wel mee. De Taiwanezen lijken daar in ieder geval blij mee. Vrijwel dagelijks – en soms meerdere keren per dag – is er wel iemand die vanuit het niets ‘welcome to Taiwan’ tegen ons zegt. Dat hebben we in al die jaren reizen in nog geen enkel ander land meegemaakt. Het lijkt alsof ze het als een vorm van erkenning zien dat jij als buitenlander hun land bezoekt, dat je de douane bent gepasseerd en een stempel van Taiwan in je paspoort hebt laten zetten.

Over de Taiwanese douane gesproken: nadat ons toestel in Zuid-Korea zowel op Jeju als in Busan door een delegatie van drie man grondpersoneel was uitgezwaaid (wel komisch om te zien), belandden we op de internationale luchthaven van de Taiwanese hoofdstad Taipei in de moeder aller wachtrijen. We dachten daarom dat het lang zou duren voordat we het land binnen zouden zijn, maar het ging uiteindelijk onverwacht snel. Eenmaal buiten een tegenvaller: grijs, miezerig weer. Het bleek een voorbode voor het weer hier. Ons plan was om zes nachten in Taipei te blijven om de stad en omgeving te verkennen, maar nadat dag twee al even somber verliep, dag drie totaal verregende en de weersvoorspellingen voor Taipei en onze volgende bestemming aan de oostkust voor langere tijd weinig goeds in petto hadden, besloten we onze planning om te gooien; Taipei vroegtijdig verlaten om aan het eind terug te keren en ons geplande rondje tegen de klok in af te werken (voor het westen waren de vooruitzichten iets beter) in plaats van met de klok mee in de hoop dat we dan het weer mee zouden hebben.

Onze eerste actie in Taipei was een Lonely Planet Taiwan zien te scoren. De eerste boekhandel die we probeerden was meteen raak. Het was de trotse bezitter van welgeteld één LP en één Engelstalige reisgids, de door ons begeerde LP Taiwan. Soms moet je mazzel hebben. Met onze nieuwe aanwinst in de hand hebben we een dagje in Taipei rondgekeken en hebben we de dag erna een uitstapje gemaakt naar de Pingxi smalspoorlijn. Wij vonden het vooral knap hoe ze van drie saaie, tamelijk lelijke dorpjes langs de lijn een toeristische bestemming hebben weten te maken. Maar misschien is deze beoordeling ook wel ingegeven door – laten we het maar zeggen zoals het is – het k#tweer die dag. De omgeving zal ongetwijfeld prachtig zijn geweest, maar daar hebben we weinig van kunnen zien.  Gelukkig bracht onze koerswijziging enige verbetering. Nadat we met de hoge snelheidstrein naar Taichung (dat oogde als het urbane decor voor de apocalyps) waren gereden bezochten we het kustplaatsje Lukang, dat één van de weinige authentieke stadscentra van Taiwan en tal van oude tempels herbergt. Hoewel het weer nog altijd grijs was, raakten we hier wel weer in de stemming.

In Taichung en Lukang kwamen we tevens tot de ontdekking dat het in Taiwan niet altijd even eenvoudig is je weg te vinden. Een lastig stratenplan, een systeem van straatbenamingen dat enige studie vereist, het gebruik van verschillende benamingen voor bijvoorbeeld tempels of verschillende schrijfwijzen (terwijl we eerder in China hadden geleerd dat één letter verschil al tot enorme verwarring kan leiden) en het feit dat Taiwan kundige plattegrondmakers ontbeert, maken het de reiziger niet altijd even gemakkelijk. Onze zoektocht naar de bus vanuit Taichung naar Lukang kon daardoor een uur in beslag nemen (inclusief een tweede bezoek aan het lokale VVV). Volgens de mevrouw van het toerismebureau was het busstation vlakbij. Volledig gedesoriënteerd zagen we tientallen bussen rondrijden en grote parkeerplaatsen vol met bussen, maar geen busstation. Afgezien van de eerder genoemde struikelblokken (we kregen een papiertje mee waarop als naam van de busmaatschappij Hexin stond wat de uitspraak is van Ho-hsin (spreek uit hezin) wat de maatschappij zelf als naam opvoerde) was er ook nog eens sprake van begripsverwarring. Wat bleek? Elke busonderneming heeft zijn eigen bestemmingen, eigen kantoortje/verkooppunten en eigen bushalte die zich over twee blokken verspreid tussen winkels en hotels bevinden. Van een fysiek busstation was dus geen sprake. Zucht.

Met de kennis die we hadden opgedaan was de bus naar Sun Moon Lake sneller gevonden. Dit op zo’n 700 meter hoogte gelegen meer is één van de top-toeristische bestemmingen voor Taiwanezen. Bootje varen over het meer en een stukje fietsen behoren tot de populairste activiteiten. Daar hebben we ons maar bij aangesloten. Meer was er ook niet te doen. De omgeving was echter mooi en het weer leende zich er ook voor: eindelijk wat zon. Waar de meeste Taiwanezen zich beperkten tot het acht kilometer lange fietstraject langs een deel van het meer, besloten wij (lees Roel) dat de volledige ronde van 29 kilometer rond het meer net zo goed kon. Met een klein stukje bike+hike (lees: fiets langs trappen omhoog duwen) en nog wat klimwerk met haarspeldbochten was het voor Eugénie lang niet altijd even eenvoudig, maar uiteindelijk lukte het haar zonder af te hoeven stappen het meer te ronden. We werden hier ook geconfronteerd met een praktisch probleem als gevolg van onze koerswijziging. We hadden gepland in Taipei de was te laten doen, maar dat was er nog niet van gekomen. In Sun Moon Lake bleken geen voorzieningen aanwezig, maar inmiddels zat wel zo ongeveer al onze kleding in de was. Dan maar wat op de hand wassen. Door de hoge luchtvochtigheid droogde het echter voor geen meter. Normaal moeten we altijd lachen om mensen die hotels op beoordelingssites slecht beoordelen omdat bijvoorbeeld een haardroger op de kamer ontbreekt. Nu waren we blij dat we er een hadden, al kostte het wel 1,5-2 uur om de boel een beetje droog te krijgen….

Tijdens de 3,5 uur durende rit van Sun Moon Lake naar het op 2.200 meter hoogte gelegen Alishan was te zien dat de geografie van Taiwan geschapen is door enorme natuurkrachten – aardbevingen, tyfoons en landverschuivingen. Onderweg waren de littekens daarvan duidelijk te zien in het landschap en af en toe liepen deze dwars door de weg die we volgden, de enige rechtstreekse verbinding tussen Sun Moon Lake en Alishan. Op verschillende plekken vonden herstelwerkzaamheden plaats, op één plek was tussen de enorme rotsblokken van een recente aardverschuiving net voldoende ruimte om auto’s en kleine bussen te kunnen laten passeren. Een paar weken eerder was de weg nog volledig afgesloten. Al dat natuurgeweld heeft wel een imposant berglandschap gevormd met steile bergwanden. Taiwan is nauwelijks groter dan Nederland maar telt wel honderden bergtoppen boven de drieduizend meter hoogte. Daardoor woont het grootste deel van de 23 miljoen inwoners in het vlakkere westen van het land. Dringen dus.

Dringen was het ook om op Alishan de zonsopkomst te zien. Het is de belangrijkste reden voor Taiwanezen om naar Alishan te komen. Eerlijk gezegd vonden wij het zonde om daarvoor zo vroeg uit overpriced bedje te komen. Het was meer een zon die (verblindend) achter een bergkam te voorschijn komt dan een zonsopkomst. Die was allang geweest. Boven op de berg kon je wel mooi rondwandelen door schilderachtige oerbossen met gigantische, eeuwenoude cipressen, vooral sfeervol als de wolkenflarden over de bergen dreven. We hadden graag met de Alishan Forest Railway naar beneden gewild, maar helaas reed deze, met uitzondering van een paar korte trajecten boven op de berg, niet meer nadat de verwoestende tyfoon Morakot in 2009 grote delen van de smalspoorlijn had weggeslagen. Dus werd het twee uur met de bus naar beneden slingeren en vervolgens een uurtje met de gewone trein om in onze volgende bestemming Tainan te geraken.

Het subtropische Tainan (ongeveer even groot als Amsterdam) is de oudste stad van Taiwan en barst van de eeuwenoude tempels. Nu zegt dat in Taiwan niet zo veel. Het land telt meer dan 15.000 geregistreerde tempels. Net als 7-Eleven en Family Mart minisupers vind je bijna op elke straathoek wel een tempel. Soms wordt het je bijna te veel, want elke tempel nodigt uit om een kijkje te nemen. Na Zuid-Korea en nu Taiwan dreigt dan ook een beetje een tempel-overload. We hebben ons in Tainan daarom maar beperkt tot een paar van de mooiste. Tainan was voor ons als Nederlanders verder interessant omdat het kortstondig een Nederlandse kolonie was, nadat de VOC er in de eerste helft van de zeventiende eeuw een handelspost inrichtte voor de handel met China en Japan. Al na 38 jaar werd ‘we’ er weer uitgeknikkerd. Van de twee forten die de VOC bouwde zijn maar mini-miniscule restanten overgebleven, maar het was wel aardig om wat van dit onbekende stukje Nederlands koloniale geschiedenis mee te krijgen.

Momenteel bevinden we ons in Kenting in het uiterste zuiden van Taiwan. Het was aanvankelijk niet ons plan hier heen te gaan, maar aangezien we sinds ons vertrek uit Indonesië bijna vijf weken continu aan het reizen en sightseeen waren en ook veel fysiek actief zijn geweest begon de vermoeidheid steeds grotere vormen aan te nemen. Blijkbaar hebben we dat toch wat onderschat. Een minibreak daarom in de badplaats Kenting, een Taiwanese minimini uitvoering van Kuta Bali. Het strand is klein en heeft nauwelijks voorzieningen (Taiwanezen zijn ook niet echte strandbadgasten, we hebben er maar weinig in badkleding kunnen ontdekken, dat maakt het tegelijk lekker rustig), het zeewater frisjes, de wind soms hard (gisteren konden we na strandbezoek uit alle hoeken en gaten zand peuteren) en de zon schijnt lang niet altijd (als ie wel schijnt is het wel meteen bloedwarm), maar dat geeft niet. Omdat het laagseizoen is en buiten het weekend zitten hebben we bijna vijftig procent korting weten te krijgen op een rustige kamer (Kenting bestaat grotendeels uit een drukke doorgaande weg waar elke avond een nachtmarkt is) met twee zachte tweepersoonsbedden en een tv met tal van filmzenders. We kunnen dus elk in een eigen bed lekker bijslapen en met een zak chips op schoot films kijken. Dat is ook wel eens lekker en we doen zo weer energie op voor de tweede helft Taiwan. Nog 94 dagen te gaan.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment