2013 Maleisië

Cash flow problemen – Penang, Georgetown

Written by Roel Kerkhof

De vorige keer duurde het even wat langer voor een nieuw bericht, deze keer zijn we wat sneller. Enerzijds om Maleisië af te ronden, anderzijds omdat we niet weten hoe goed we vanaf morgen – wanneer we naar Indonesië vliegen – in onze onderkomens met het wereldwijde web verbonden zullen zijn. In de bijna zeven weken die we tot nu toe onderweg zijn, zijn we pas zeven dagen verstoken geweest van wifi. Vooral Eugénie vindt dat continu contact met de buitenwereld wel prettig. Roel is liever wat meer weg van de dagelijkse actualiteit.

We zaten de afgelopen dagen op Penang, een eiland voor de westkust van Maleisië, door een 13 kilometer lange brug verbonden met het vasteland. Penang, en met name de hoofdplaats Georgetown, is duidelijk ons hoogtepunt in Maleisië geweest. Om heel eerlijk te zijn voldeed Maleisië daarvoor niet geheel aan onze verwachtingen. We kunnen niet precies de vinger op de zere plek leggen, maar de echte klik ontbrak een beetje, iets wat ons eigenlijk nooit eerder is overkomen in een Aziatisch land. Misschien had het iets te maken met de eerder gememoreerde vakantiedrukte. In Georgetown voelden we ons echter meteen ‘thuis’, hoewel het ook hier best druk was. En heet, zo’n 32 graden Celsius. Dat komt toch wel weer even aan na de koelte van de Cameron Highlands.

Evenals Melaka staat het oude centrum van Georgetown op de Unesco Werelderfgoedlijst. Nergens anders in Maleisië staan zoveel panden van voor de Tweede Wereldoorlog. Veel vergane glorie, maar op een prettige manier. Door de hele oude stad is op verschillende plekken straatkunst op muren aangebracht, waardoor je op jacht naar de kunstwerkjes als vanzelf het hele centrum doorkruist en op veel verrassende locaties komt. De stad en het eiland zijn ook heel multi-culti dankzij de verschillende bevolkingsgroepen die hier samenleven. Naast verschillende moskeeën en tal van kleinere Indiase en Chinese tempels (de meeste niet heel interessant), kent het eiland met de Kek Lok Si tempel het grootste boeddhistische tempelcomplex van Zuidoost-Azië (ongelooflijk kitsch maar wel leuk), een Thaise tempel met een 32 meter lange liggende Boeddha en een mooie Burmese tempel (daar willen we nu ook heen).

De afgelopen twee dagen hebben we vooral doorgebracht aan het strand van Batu Ferringhi. De zon scheen nauwelijks, maar dat was niet heel erg. Zo bleef te temperatuur aangenaam en hoefden we onze zonnebrand niet aan te spreken, maar verkleurden we toch zonder ernstig te verbranden. Dag 1 sloten we af met tropisch noodweer, dag 2 met toch nog een uurtje de zon. Het was trouwens niet echt een tropische idylle; het strand was wel ok al vonden we wel dat het – vooral bij Arabische toeristen populaire – gemotoriseerd watervertier erg overheerste, maar het water was niet bepaald turquoise blauw, eerder zandig troebel. Je zag dan ook weinig mensen in zee zwemmen. Het observeren hoe volledig gesluierde moslima’s hun strandvakantie beleven was echter ook bijzonder: luierend in de strandstoel, op de bananenboot, op de jetski of hoog in de lucht hangend aan een door een speedboat voortgetrokken parachute.

Financieel lopen we nog altijd op schema. Tot onze eigen verrassing zijn we onder de begrote 30 euro pppd gebleven. Vooral de laatste dagen waren goedkoop en naar we hopen een voorbode voor het kostenniveau in Indonesië (dat aanzienlijk goedkoper zou moeten zijn dan Maleisië). Het grootste probleem zal nog zijn om aan Indonesische rupiah te komen. Hier in Maleisië lieten de ringgit zich al lastig uit de muur trekken met onze bankpassen van de ING. Zo hebben we in Kuala Lumpur al eens zonder succes een rondgang gemaakt langs een achttal pinautomaten alvorens in arren moede maar onze Visa-card als joker in te zetten. Dat werd afgestraft met een slechtere wisselkoers en transactiekosten van liefst vier procent. Op 350 euro scheelde dat in totaal toch even twintig euro.

Het blijkt dat er met Nederlandse (en Belgische) bankpassen momenteel problemen zijn om in Maleisië en Indonesië te pinnen. Volgens de lezing van de banken – die we ook van ING kregen nadat we hen over onze cash flow problematiek hadden gemaild – is dit uit veiligheidsoverwegingen. De banken hier zouden louter met magneetstrips werken en niet met de chips waarmee de bankpasjes zijn uitgerust. In het geruchtencircuit circuleert echter dat er een conflict is tussen de banken over de vergoedingen. Hoe het ook zij: wij hebben een probleem. Gelukkig bleek de HSBC bank wel bereid ringgit af te staan. Omdat het op Indonesië nog lastiger schijnt om te pinnen, hebben we maar besloten een flinke hoeveelheid ringgits in te slaan om deze dan in Indonesië in te wisselen voor rupiahs. Nu maar hopen dat we met de wisselkoers niet teveel worden genaaid.

Vanaf morgen moeten we beiden aan de pil, malariapillen wel te verstaan. Gelukkig hoeft dit niet al te lang, alleen op Sumatra, waarvoor we ongeveer drie weken gepland hebben staan. Met uitzondering van een klein stukje Nicaragua komen we deze reis verder niet meer in malariagebied. Het is niet iets waar we bij het uitstippelen van de reis rekening mee hebben gehouden, maar het is wel een erg prettige bijkomstigheid. We zijn zeer benieuwd naar Indonesië, ons hoofddoel deze trip. We wilden hier al heel lang naar toe en blijven er twee maanden. In totaal nog 182 dagen te gaan (een half jaar dus, dat klinkt nog best lang).

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment