2011 Japan

Slurpen mag – Kyoto

Written by Roel Kerkhof

Tokyo en Kyoto, dezelfde vijf letters maar in een andere volgorde, het is een wereld van verschil. Waar Tokyo ons maar matig kon bekoren, komt Kyoto met stip binnen in de topvijf van steden die we in ons reizigersleven bezocht hebben. Veel van de stereotype beelden die we van Japan kennen komen dan ook uit Kyoto. De stad is niet alleen veel kleiner (1,1 miljoen inwoners) en veel relaxter dan Tokyo, maar er is ook veel meer te zien. Met dank aan de Amerikanen die tijdens WOII niet of nauwelijks luchtbombardementen op Kyoto uitvoerden telt de stad meer dan 1.600 Boeddhistische tempels, 400 Shinto schrijnen en tal van andere historische gebouwen en tuinen – waarvan er maar liefst zeventien Unesco Werelderfgoed zijn. Dat betekent voor de bezoeker kiezen dus – en liefst selectief om tempelmoeheid (die we op het laatst al een beetje bij onszelf begonnen te bespeuren) voor te zijn.

Toch ging bij ons de teller ook al richting de vijftien tempels, een aantal kleinere schrijnen met tussendoor nog het Nijo-jo kasteel (mooi beschilderde wandpanelen en schuifdeuren, maar verder wel wat leeg en kaal), de Nishiki markt (vonden wij niet zo bijzonder), het bamboebos in Arashiyama (een must-see bij een bezoek een Kyoto) en het Geisha-district Gion. We hebben er nog echte geisha’s gespot, die zich echter haasten om niet gefotografeerd te worden. De geishafoto’s die we hebben zijn van toeristen die zich als geisha hebben laten aankleden en opmaken en dit zijn tegelijk de geisha’s die de meeste toeristen op de foto hebben staan als ze zeggen een geisha gefotografeerd te hebben: een geisha bij daglicht zegt al voldoende – de echte geisha’s komen pas op z’n vroegst in actie als het is beginnen te schemeren.

We hebben de afgelopen vijf – voornamelijk bewolkte – dagen prachtige tempels, schrijnen, landschaps- en zentuinen gezien (waarvan een aantal deels in de restauratiesteigers of omringd door activiteitententen), maar het voert te ver om per tempel te gaan vertellen wat we er van vonden. Zonder de andere tekort te willen doen waren de toppers in onze ogen: de om zijn vijf verdiepingen hoge pagode bekend staande To-ji (vanwege de weliswaar erg drukke maar wel gezellige vlooienmarkt die elke 21ste van de maand wordt gehouden), Kodai-ji (complete plaatje van landschapstuin en tempelgebouwen), Kinkaku-ji (vanwege z’n geheel met bladgoud beklede paviljoen), Sanjusangen-do (vanwege de 1001 Kannon-beelden (de Boeddhistische godin van genade) en 28 levensechte beelden van de 28 beschermgoden, de vingers jeukten om foto’s te maken maar dat was helaas verboden) en op nummer 1 Fushimi-Inari.

De vijf schrijnen die dit laatste complex omvat worden verbonden door honderden (zo niet duizenden) achter elkaar geplaatste rode torii (de typische toegangspoorten die je voor iedere schrijn vindt) die zich vier kilometer lang tegen de heuvel opslingeren. We zijn niet al te ver doorgelopen omdat op een bepaald moment een zwaar onweer losbarstte. Het werd behoorlijk donker en het regende hard wat een aparte sfeer gaf, maar het was ook wel jammer want het is toch één van de meest bijzondere plekken die we tot nu toe in Japan bezocht hebben.

Datzelfde onweer kwam overigens wat later dan voorspeld, want het was ook de reden dat de Jidai Matsuri, een groot festival dat eerder op de zaterdag zou plaatsvinden, een dag werd uitgesteld. We hadden onze trip zo uitgekiend dat we rond de matsuri in Kyoto zouden zijn, maar de optocht waarin de geschiedenis van Kyoto verbeeld moest worden viel toch een beetje tegen. Het was leuk om de historische kostuums te zien, maar het was nou niet bepaald een echt vreugdevol gebeuren. De hele stoet kwam in gezapig tempo langs sjokkken waarbij de meeste deelnemers een gezicht trokken alsof ze tegen hun zin meeliepen terwijl we in de anderhalf uur dat we langs de kant stonden welgeteld één keer iets zagen met muzikale begeleiding. De mix van bebrilde bejaarden en als samoerai opgetuigde puberende nerds hielp ook niet echt mee om het tot een meeslepend spektakel uit te laten groeien. Maar misschien is dit typisch Japans want bij een of ander religieus iets waar we vandaag in de Chion-in tempel toevallig binnenliepen ging het er ook al behoorlijk ingetogen aan toe ondanks de fanatieke bijdrage van Eugénie aan de Japanse variant op hamertje-tik waarmee de aanwezigen zich op het door een monnik aangegeven ritme en onder begeleiding van de mantra ram-ram (maar het bleef bij bescheiden tikken) bezighielden.

Wat dat betreft bood ons bezoek aan het Iwatayama apenpark meer vertier. Mooie jongens trouwens daar: pas op je toegangskaartje lees je dat je twintig minuten steil omhoog moet lopen om de apies te kunnen zien. De beloning was er gelukkig naar: de circa 120 apen, met een aantal erg schattige jonkies, die er in het wild leven zijn zo aan mensen gewend dat ze zich nauwelijks aan je storen ook al kom je heel dichtbij. Het leek haast hun sport om ons vakkundig te negeren als we een foto wilden maken. Ook kon je ze vanuit een ruimte met gaas voeren (voor de verandering met de mensen achter tralies, niet de dieren). Het was verbazingwekkend om te voelen hoeveel ‘menselijk gevoel’ ze het aangeboden voedsel aannamen.

Over eten gesproken. Misschien zijn er mensen die zich afvragen hoe wij ons als niet viseters staande weten te houden in het land van de sushi en de sashimi. Deze kunnen we gerust stellen: we lijden geen honger. Pas twee keer hebben we onze toevlucht gezocht tot McDonald’s, maar dat was vooral omdat het op dat moment zo uitkwam en de grote gele M ook wel een beetje bij vakantie hoort. Bovendien blijkt de prijs-kwantiteitverhouding onverslaanbaar. Over de kwaliteit verschillen wellicht de meningen, Roel vond de McTeriyaki maar zo-zo. Dit neemt niet weg dat we regelmatig naar gerechten staan te turen met de vraag: zit hier vis in. Omdat we redelijk op veilig spelen, zijn we tot nu toe pas één keer echt de mist ingegaan toen pakjes mixed sandwiches tevens sandwiches met tonijn bleken te bevatten. Hier hebben we ons echter dapper doorheen gekauwd.

Voor de rest valt het best mee om een maaltijd te scoren. Ramen, soba en udon – drie betaalbare varianten op het thema noedels in bouillon/soep (slurpen mag!) – is altijd goed en rijst met curry is ook snel te vinden. Door buurtsupers als 7-Eleven, Lawson, Daily Yamazaki, Family Mart, Circle K, Surplus of een bakkerij in te duiken stel je bovendien voor niet al teveel yens al snel een ontbijtje en/of lunch samen. Daarnaast is er voldoende te snacken al werken de hoge prijzen af en toe ontmoedigend. Voor kleine snacks betaal je al snel 2-3 euro (een softijsje kost 2,5-3 euro) of zelfs 4 euro en meer als het een lokale specialiteit betreft. Zo zagen we bijvoorbeeld al één satéstokje of gestoomd broodje met hidabeef voor 4-5 euro. Daar kun je geen maag mee vullen. Japanners zijn zeker kleine eters want de snacks worden toch grif verkocht. We vragen ons soms wel af wat de gemiddelde Japanner verdient gezien het prijsniveau. Terwijl wij dingen laten liggen omdat we ze gewoon te duur vinden zien we middelbare scholieren deze zonder er bij na te denken kopen.

Toch lukt het ons eigenlijk nog vrij gemakkelijk om voor minder dan twintig euri met z’n tweeën te gaan dineren. Goed het zal niet altijd even hoogstaand zijn en voor Roel soms wat te weinig (al komt hij langzaam maar zeker uit de sporteetstand), maar als we elke avond traditioneel Japans uit eten gaan, dan zal één van beiden een extra baan moeten nemen (of loonsverhoging moeten krijgen). Gisteravond konden we echter goed los nadat we voor 8,5 euro pp een ‘al you can eat’ restaurant hadden gevonden waar de basis uit pizza’s en spaghetti bestond. Het pizza-aanbod bood ons de gelegenheid om wat exotische varianten uit te proberen met als uitgesproken kinky uitvoering de, zo vermoeden wij, Halloween pizza, met als ingrediënten pompoen, custard, poedersuiker, marshmallow, zwartebonenpasta en chocolade. Ook voor de culinair gehandicapten valt er in Japan dus genoeg te beleven.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment