2011 Japan

‘Budget slapen – Takayama, Shirakawa-go, Kanazawa

Written by Roel Kerkhof

Nou we hebben het hotel in Takayama overleefd hoor. Het was het soort kleine zakenhotelkamer waarover we op vele blogs over Japanreizen hadden gelezen en waarvan we dachten dat dit ook vier weken lang ons lot zou worden: bewegen op de vierkante centimeter met badkamers waarin je je kont niet kunt keren. Dit viel in Takayama trouwens mee (totaal zo’n elf vierkante meter) en verder hebben we tot nu toe al helemaal niet te klagen. We hebben schaamteloos geprofiteerd van de aardbeving en de tsunami die Japan in maart trof en de problemen met de kerncentrale van Fukushima die daarop volgden. Omdat daarna het aantal buitenlandse reizigers dramatisch terugliep hebben veel wat duurdere hotels hun kamers in de uitverkoop gedaan. Als gevolg daarvan hebben we voor Japanse begrippen zeer ruime kamers kunnen boeken tegen budgetprijzen (budget betekent hier zo’n zestig-tachtig euro).

Zo hebben we vandaag een luxe hotel in hartje Kyoto betrokken voor zeventig euro per nacht (wisselkoers juli, dankzij onze Griekse vrienden is de wisselkoers inmiddels een stuk ongunstiger), wat vergelijkbaar is met de prijs voor twee personen in een jeugdherberg met gedeelde faciliteiten (die prijzen zijn niet omlaag gegaan). Onze kamer kost volgens de folder van het hotel normaal bijna 250 euro per nacht! Toen we hier binnen liepen dachten we even dat we verkeerd waren, maar het klopte toch echt. Met 20 vierkante meter is de kamer behoorlijk groot en verder straalt het hele hotel luxe uit. We voelen ons hier met onze rugzakken wel een beetje misplaatst. Een nadeel heeft zo’n dure toko ook: we waren vrijwel door onze schone kleding heen en dachten dat Kyoto (waar we vijf nachten slapen) dan ook een geschikte plek zou zijn om onze was weer eens te doen. Na een blik op de prijslijst van de laundry service (zelf wassen zoals in eerdere hotels was niet mogelijk) zijn we met de staart tussen de benen in de lobby maar gaan vragen of er ook een wasserette in de buurt was. Gelukkig was dit het geval waardoor we zo’n 12 euro (nog veel) in plaats van ruim 200 euro (!) kwijt waren (hebben we even uitgerekend aan de hand van de prijslijst).

Maar goed laten we ook eens vertellen wat we in Takayama, dat trouwens in de Japanse Alpen ligt, en daarna gedaan en gezien hebben. Hoewel er in Japan veel moois te zien is valt het land ook op door de overdaad aan vormloze betonbouw en blokkendozen in de steden. Sommige delen van Takayama zijn daar echter meer dan gemiddeld van verschoond gebleven en kennen juist veel historische gebouwen en straten waardoor je er nog een beetje de sfeer van het oude Japan kunt proeven. In een openluchtmuseum zijn bovendien een groot aantal boerderijen uit de regio bijeengebracht zodat je ook een beeld krijgt van het agrarisch leven van weleer. Als tegenwicht voor dit cultuur-historisch geweld vond Eugénie het noodzakelijk om ook het Teddy Bear Eco Village in ons Takayama-programma op te nemen. Wat er precies eco aan teddyberen is en wat de relatie met de aanwezige aromakamer is werd niet helemaal duidelijk, maar er waren wel veel teddyberen (‘ja, nou en’, dacht Roel).

Verder konden we in Takayama eindelijk onze nieuwsgierigheid bevredigen naar een groot aantal etenswaren. In veel souvenirwinkels worden vooral veel intrigerend ogende ‘lekkernijen’ – veelal lokale specialiteiten – verkocht die gretig aftrek vinden onder de Japanse medemens. Echter, omdat de verpakkingen meestal klein zijn en de prijzen hoog (5-6 euro voor 100 gram is redelijk ‘normaal’) nodigde dat ons niet echt uit om eens de proef op de som te nemen. In Takayama waren de winkeliers gelukkig zo vriendelijk rijkelijk probeerbakjes bij de uitgestalde etenswaren te plaatsen. De dag doorsnackend kwamen we tot de conclusie dat we toch niet heel erg veel hadden gemist: de Japanse smaak is vaak niet de onze. Niet alleen de smaak ook de textuur kon ons weinig bekoren, maar wie weet wat we nog tegenkomen. De volgende keer zullen we nog wel wat meer over het eten hier vertellen, eerst weer terug naar onze reis.

Vanuit Takayama zijn we met de bus in een klein uurtje naar Shirakawa-go gereden, waar het dorp Ogimachi in z’n geheel op de Unesco werelderfgoedlijst staat vanwege de circa 110 boerderijen die gebouwd zijn in de zogeheten gassho-zukuri stijl (strogedekte A-vormdaken). Veel van de gebouwen gaan terug tot de 12de eeuw en zijn in de jaren zestig voor een deel hier bijeengebracht omdat ze na de aanleg van een dam dreigden te verdwijnen. De weg erheen voerde door een fraai berglandschap, althans dat vermoedden wij aan de hand van de glimpen die we af en toe van het landschap konden opvangen. De ingenieur van de weg had duidelijk last van tunnelvisie. Of was hij tot deze oplossing gedwongen vanwege het landschap waardoor Shirakawa-go lange tijd als ver en afgelegen gold?

Nu is dat in ieder geval niet meer zo en is het een toeristische topattractie. En terecht. Bij schitterend weer (strakblauwe lucht en 25 graden Celsius) hebben we hier lekker rondgestruind en hebben we overnacht in één van de boerderijen. Dat was weer geheel op z’n Japans, kamperen op de boerderij: tatami-kamer met futons, badderen in de tobbe, zitten op een kussentje op de grond, het inmiddels vertrouwde slofkesritueel, vroeg naar bed en op tijd weer op voor het ontbijt, dat net als het diner weer bij de forse overnachtingsprijs was inbegrepen (hier geen prijsdumping). Het was allemaal wel wat minder uitgebreid en verfijnd dan drie dagen eerder in Tsumago (maar die hadden de lat dan ook wel heel erg hoog gelegd en we betaalden er ook wat meer voor).

Gisteren waren we in Kanazawa, een stad in het westen van Japan en weer een dik uur met de bus verder dan Shirakawa-go, die beroemd is om één van de drie mooiste tuinen van Japan: de Kenroku-en tuin. Dit was ook voor ons de hoofdreden om er een snelle tussenstop te plannen op weg naar Kyoto. Ondanks de verborgen ligging en het ontbreken van de naam in Latijns schrift op de gevel hadden we ons hotel snel gevonden (men wist ook meteen wie we waren – Kerkhof-san –, want andere buitenlanders werden blijkbaar niet verwacht (iets wat we al vaker meemaakten)) en konden daarna meteen op pad. Naast de tuin hebben we de lokale kasteelreconstructie gezien (erg wit), het samuraidistrict bezocht (stelde geen reet voor) en het geishadistrict doorkruist. Dit had wat meer body en je kon er bovendien een voormalig geishahuis bezoeken waarin ook binnen behoorlijk wat te zien was.

Tevens hebben we hier nog de Sakuda Gold Leaf Company met een bezoekje vereerd (99% van de Japanse bladgoudproductie vindt in Kanazawa plaats), waar we een ultrakorte uitleg kregen over het productieproces (we waren wellicht wat aan de late kant) en een goor kopje ijsthee met schilfertjes bladgoud konden proeven. Dat zou goed zijn tegen reuma. Bij de concurrent hebben we daarom ook maar een snoepje met bladgoudspikkels gesnackt. Je weet maar nooit of het helpt. Stijve spieren krijgen we in ieder geval wel van al dat gesjouw hier. Nog iets meer dan twee weken te gaan. Volgende keer meer.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment