2011 Japan

Toe aan vakantie – Osaka, Nara, Koyasan

Written by Roel Kerkhof

Zo. Onze trip naar Japan zit er weer op. We zijn toe aan vakantie. Mede dankzij het snelle en makkelijke openbaar vervoer hebben we zelden in zo’n ‘korte’ tijd zoveel indrukken opgedaan. En nu zijn we hartstikke moe. Als afsluiter nog even twaalf uur in het vliegtuig zitten. Tijd genoeg om de laatste belevenissen voor de weblog in te tikken (vorig jaar was dat ook het plan, hadden we geen zin en is er na thuiskomst nooit meer iets van gekomen), films te kijken en muziek te luisteren (en misschien nog wat te lezen, waar Roel deze keer helemaal niet aan toe is gekomen). Geen vertraging nu en een nieuwe ervaring: voor het eerst vliegen we met KLM en non-stop intercontinentaal (en het bevalt goed). Toestel zat behoorlijk vol, echter weinig westerse gezichten, die we sowieso de afgelopen maand maar weinig zagen.

Zo ook in Nara, dat we als dagtochtje vanuit Osaka bezochten, terwijl dit toch een plek is die eigenlijk in geen enkel reisschema ontbreekt vanwege de vele tempels in Nara en omgeving die op de Unesco Werelderfgoedlijst staan. Wij hebben er vier van de acht kunnen afvinken, waaronder het grootste houten gebouw ter wereld, de Todai-ji, met de grootste bronzen Boeddha van Japan, de Daibatsu. We hebben wat dat betreft deze reis goede zaken gedaan. De tempels staan in een lommerrijke omgeving met veel stenen lantaarns en – net als op Mijayima – veel loslopende hertjes, maar dan in het kwadraat. Het was er erg druk, onder meer met schoolkinderen waarvan een deel blijkbaar met de opdracht op pad was gestuurd westerse toeristen in het Engels te ‘interviewen’. Veel verder dan vanuit een schrift opdreunen of ze je een paar vragen mochten stellen, wat je naam was, waar je vandaan kwam (Oranda) en of ze je handtekening mochten hebben kwamen ze echter niet. Terugpraten leidde alleen maar tot verwarring.

De volgende dag vertrokken we naar Koyasan, het belangrijkste pelgrimsoord voor aanhangers van de Shingon-sekte van het Boeddhisme en (het wordt eentonig) ook weer een thuisbasis voor wat Werelderfgoed. Omdat we in Koyasan zouden overnachten in een klooster om daarna weer terug te keren naar Osaka hadden we onze bagage in het hotel achtergelaten en alleen het hoogstnoodzakelijke meegenomen. Zul je altijd zien: klopt de weersvoorspelling niet. Er was net als in Nara mooi weer beloofd, maar toen we na twee uur treinen en een paar minuten kabelbaan in Koyasan arriveerden begon het licht te regenen. En dat bleef vrijwel de hele dag zo. Van arren moede maar weer twee paraplu’s aangeschaft, waardoor we de trotse bezitter werden van vier regenbeschermers. Samen met de vele (Hello Kitty) sokjes die Eugénie heeft gekocht onze belangrijkste uitgaven aan ‘souvenirs’ deze reis. We hebben sowieso weinig souvenirs gekocht, enerzijds omdat we niet echt iets tegen kwamen waarvan we dachten ‘dat moeten we hebben’, anderzijds vanwege de vaak belachelijke prijskaartjes die er aanhingen. ‘Ik heb het helemaal gehad hier met die prijzen’, hoorden we andere Nederlanders in Kyoto al eens verzuchten. Mooie herinneringen zijn onbetaalbaar zullen we maar denken.

Wat dat betreft valt Koyasan in de hogere prijscategorie. Met name de in een bos gelegen enorme begraafplaats Okunoin, met 200.000 (deels bemoste) gedenktekens en lantaarns, waaronder ook het mausoleum van de stichter van het Shingon Boeddhisme en waarvan sommige zo’n 1.300 jaar oud zijn, bood ondanks (of misschien wel dankzij) het sombere weer een feeërieke aanblik. Daarnaast hebben we nog twee tempelcomplexen bezocht, maar we merkten aan onszelf dat we zo langzamerhand wel een beetje uitgetempeld raakten. Ook konden we nog wat herfstkleuren bewonderen. Omdat Koyasan op zo’n 850 meter hoogte ligt en gemiddeld vijf graden kouder is dan Osaka verkleuren de blaadjes hier wat eerder. Achteraf hadden we – ook gezien de temperatuur die ons over het algemeen enorm is meegevallen – voor de herfstkleuren misschien drie of vier weken later op reis moeten gaan. Maar ja, dan was het op de mooiste plaatsen ook enorm druk geweest en we vonden het nu soms al zo druk.

Zoals gezegd hebben we overnacht in een Boeddhistisch klooster. De routine was vergelijkbaar met een ryokan of minshuku, alleen bestond nu niet de mogelijkheid voor een ‘family bath’. Dat betekende dat we tegelijk met de andere gasten mochten badderen. Dat gaf ons meteen de gelegenheid om te zien hoe de inheemse bevolking dat aanpakt. We dachten dat we onszelf altijd goed schoonmaakten voor we in het bad stapten, maar we bleken toch echt in gebreke te blijven. Opvallend vonden we dat na het betere poets- en schrobwerk de andere badderaars zich vervolgens maar één of twee minuten in het hete water onderdompelden. Lijkt ons een boel moeite voor zo’n kort bad. Waarom dan niet gewoon een douche nemen? Het eten week eveneens af: zoals de monniken, dat wil zeggen vegetarisch en zonder knoflook en uien. Het leek met veel kleine gerechtjes weinig eten, maar voor Eugénie bleek het toch te veel. Wat we gegeten hebben? We herkenden alleen rijst, een soepje, twee partjes mandarijn en twee stukken peer. Hoewel er wat onduidelijke gerechten tussen zaten – zoals één of andere bal met de textuur van ‘silly putty’ – viel het meeste echter prima te verteren.

De volgende ochtend was het vroeg opstaan om de ochtenddienst (6.30 uur) bij te wonen. Interessant, maar het viel (zeker voor Roel) niet mee om veertig minuten lang op de knieën of in kleermakerszit te zitten – de voeten mogen immers niet richting het Boeddhabeeld gekeerd zijn. Na een ontbijt waarvan we nog minder herkenden, keerden we weer terug naar Osaka waar ons een zomers warme dag wachtte met veel zon. Ideaal dus om een beetje vakantie te vieren. We hadden een tweedagenpas gekocht waarmee we twee dagen gebruik konden maken van stadsbussen en metro en ‘gratis’ toegang hadden tot tal van musea en attracties. Omdat we al voordeel hadden met de dingen die we wilden zien, hebben we deze kaart aangeschaft en hebben we daarnaast nog een paar dingen gedaan die we anders niet zouden doen of te duur vonden. Daardoor kregen we als toegift vanuit twee reuzenraderen (de één volgens eigen zeggen de grootste ter wereld, de ander staand bovenop een warenhuis!) en vanaf het dak van het 173 meter hoge Umeda Sky Building (eufemistisch Floating Garden geheten, maar geen te tuin te zien) mooie uitzichten over de tweede stad van Japan cadeau. Vooral de blik op de zee van lichtjes na zonsondergang vanaf het Sky Building was erg fraai.

Verder nog een boottochtje gemaakt door de havens (weinig interessant, als je ervoor zou betalen zwaar overpriced, maar wel lekker relaxen in het zonnetje) en rondgekeken in het Kaiyukan Aquarium (kregen we alleen korting voor, 1 euro liefst). Het wordt geafficheerd als één van de mooiste aquaria ter wereld. We hebben weinig vergelijkingsmateriaal, maar ook wij vonden het er erg mooi. Aan de hand van zes biotopen verspreid over de wereld waren er veel kleurige en hele grote vissen en ander zeeleven te zien, waaronder een walvishaai, een enorme mantarog en reuzenspinkrabben die net leken op wezens uit een science fiction film. Gisteren nog Osaka-jo (kasteel) en het Museum for Housing and Living (met een nagemaakte buurt uit 1830, viel wat tegen) met de kaart bezocht en de dag afgesloten in de elektronica- en mangabuurt Den-Den Town.

Manga (comics) en anime (cartoons) zijn in Japan een miljardenbusiness, vaak pornografisch van karakter waarin onschuldig ogende schoolmeisjes het leidend voorwerp zijn (al zijn er ook waarin de herenliefde centraal staat, vreemd genoeg zagen we op deze afdeling alleen vrouwen).Maar minstens zoveel gaan over superhelden (ook weer niet zelden onschuldig ogende schoolmeisjes) met magische krachten. Een rondgang door de manga en animewinkels gaf toch een wat verontrustend beeld op de Japanse samenleving, met onder meer volwassen mannen die kapitalen neertellen voor popjes en poppen van hun favoriete stripfiguren/actiehelden, eventueel met extra kledingsetjes. Een lingeriesetje voor een pop kostte daarbij meer dan een real life vrouw veelal voor haar eigen verschoninkje zou neertellen. Maar Roel moet niet zeuren, want hij heeft voor zijn auto- en huissleutels sleutelhangers gekocht van deze onschuldige schoolmeisjeshelden, al was één daarvan vooral vanwege de naam: Eustia.

Omdat het inmiddels was gaan regenen, hebben we met onze kaart ook nog drie kwartier in de rij gestaan om bovenop de Tsutenkaku toren een kijkje te mogen nemen. Goed, het is het beeldmerk van Osaka, maar waarom al die mensen hier in de rij stonden terwijl het een dag eerder bij de andere ‘views from above’ opvallend rustig was, is ons een raadsel. Het uitzicht vonden wij minder (al kan dat natuurlijk ook door het sombere weer komen). We gokken maar op de aanwezigheid van Billiken, een beeldje waarvan wordt gezegd dat als je het over de voeten wrijft al je wensen vervuld zullen worden. Wij hadden dat niet meer nodig. Onze wens was immers al in vervulling gegaan: we hebben Japan bezocht. Toch hebben we voor alle zekerheid toch nog even gewreven: er zijn nog zoveel meer interessante bestemmingen….

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment