2011 Japan

Laagvliegen – Hiroshima, Mijayima, Okayama

Written by Roel Kerkhof

Als we dit verhaal beginnen te tikken zitten we in de Shinkansen van Hiroshima naar Kokura, waar we tot we ons reserveringskaartje in handen kregen gedrukt nog nooit van gehoord hadden en waar we zullen overstappen op een limited express trein naar Beppu. Reizen met de Shinkansen is als laagvliegen eerste klas: het gaat snel (de eerste 220 km van vandaag gaan in ongeveer een uur), je kijkt naar buiten door grote vliegtuigraampjes (in het model waarin we nu zitten), er ontstaat druk op de oren alsof je opstijgt, soms voelt het alsof er turbulentie optreedt en vooral in tunnels lijk je het geluid van straalmotoren te horen, alleen zitten we nu in stoelen die op fauteuils lijken en zit Roel eens niet met de benen tegen de stoel voor zich gedrukt maar kan hij ze languit strekken of zelfs de knieën over elkaar gooien. Er is één nadeel: daar je veel door tunnels of spoorbakken rijdt en de snelheid zo hoog ligt dat je soms duizelig wordt van het aan je voorbij flitsende landschap, glipt Japan soms ongezien aan je voorbij.

Daarnaast zitten we echter ook genoeg in andere – wat minder snelle – vormen van transport, al doen de namen soms anders vermoeden. Zo heette de limited express van Kanazawa naar Kyoto heel stoer ‘Thunderbird’, terwijl deze ergens tussen een intercity en een stoptrein in Nederland ingeschaald moest worden. We reizen per trein met een Japan Rail Pass, die alleen voor buitenlandse bezoekers van Japan beschikbaar is. Voor 525 euro kunnen we daarmee drie weken onbeperkt van alle treinen van Japan Rail gebruikmaken (met uitzondering van de allersnelste typen Shinkansen) en gratis reserveren. We hadden vooraf uitgerekend dat we ongeveer quitte zouden draaien en misschien licht voordeel als we de kaart zouden aanschaffen, dus kozen we voor het ‘gemak’ van de kaart. Zo hoefden we niet steeds losse kaartjes te kopen. In plaats van de verwachte OV-chip achtige kaart is de JR-pas echter een wat onhandig formaat pas waarmee je steeds langs de bemande in- en uitgangscontrole moet. En omdat we voor de reserveringen sowieso steeds weer in de rij moeten staan blijft het ‘gemak’ dus beperkt, maar we gaan er uiteindelijk wel voordeel uit halen.

Het reizen gaat overigens vrij makkelijk. In bussen, treinen, trams en ferries en op stations zijn vrijwel altijd alle aanduidingen in het Engels en vaak worden ook de haltes in het Engels aangekondigd. Het kan dus haast niet fout gaan. Toch is het ons gelukt toen we vanuit Okayama de trein wilden pakken naar het beginpunt van een fietstochtje op de Kibi-vlakte. Bij aankomst op het station zagen we ‘Kibi-line’ (die moesten we hebben), ‘Soja’ (het eindpunt van ons fietstochtje) en vertrektijd 11.54 (nog twee minuten te gaan). Even reppen en…… gehaald. Na twee haltes zagen we de derde halte (onze bestemming) niet aangekondigd maar een ander station. Navraag bij de conducteur leerde dat we in de verkeerde trein waren gesprongen – de andere kant op. We moesten uitstappen en weer terug. Klein probleempje: de volgende trein terug zou pas anderhalf uur later gaan. Zaten we daar in één of ander klein gat. Omdat we ook niet meteen een bushalte konden ontdekken hebben we maar geïnvesteerd in de enige taxi die er rondzwierf voor de rit terug.

Het was maar goed dat we dat gedaan hebben, want zo konden we ons fietstochtje mooi voltooien net voor het serieus begon te schemeren (en af te koelen, als gevolg van een ‘koufront’ was het met een middagtemperatuur van 17 graden ‘frisjes’ doch zonnig). Het was slechts 15 km fietsen op onze Japanse fietsjes (met mandje voorop), maar door de vele stops onderweg waren we er toch een dikke drie uur zoet mee. Het werd een relaxed ritje Japans platteland over fietspaden en kleine landbouwweggetjes, langs rijstvelden waar de halmen werden gerooid en een aantal kleine, rustige tempels waaronder één met een vijf verdiepingen tellende pagode (dat oogt op het platteland toch weer heel anders dan in de stad). Heel apart was een schrijn waar de afgelopen honderd jaar op een grote hoop zeven miljoen neusringen van dode koeien uit heel Japan waren verzameld en waar elke zondag een vuurceremonie wordt gehouden. In Okayama zelf hebben we nog de Koraku-en tuin, die net als de tuin die we in Kanazawa bezochten, als één van de drie mooiste van Japan wordt beschouwd. Met grote groene grasvelden oogde de tuin weliswaar heel on-Japans, maar wij hebben toch echt mooiere gezien (maar dat is slechts onze mening). Een bijbehorend uitzicht op het lokale kasteel, een reconstructie uit de jaren zestig, was mooi voor het plaatje, maar we zijn er verder niet binnen wezen kijken.

De afgelopen twee dagen verbleven we in Hiroshima, geboortegrond van okonomiyaki (soort pannenkoek gevuld met groente, noedels en vlees of vis die gebakken worden op een bakplaat, echt mjammie!), maar beter bekend vanwege de eerste atoombom die er op 6 augustus 1945 boven een stad tot ontploffing werd gebracht. Hiroshima werd daarbij grotendeels van de kaart geveegd en 140.000 inwoners overleefden het niet. Inmiddels telt de stad alweer zo’n 1,1 miljoen inwoners en er is nog maar weinig dat aan die 6de augustus herinnerd, behalve de A-Bomb Dome, het karkas van één van de weinige gebouwen die rond het epicentrum van de ontploffing deels overeind bleef staan. Het gebouw, dat nu op de Unesco Werelderfgoedlijst staat, en het nabijgelegen Peace Memorial Park houden de herinnering aan de verwoesting van de stad en de gevolgen daarvan levend. In het park staan verschillende monumenten en een museum dat druk werd bezocht door schoolkinderen met aantekenschrift in de aanslag. Bij het Children’s Peace Monument, geïnspireerd op het lot van een kind dat enkele jaren na de atoombom aan leukemie overleed, hield elke schoolklas een eigen ceremonie, veelal met gezang. Toch wel indrukwekkend en ontroerend.

We vonden het wel een beetje een morbide toeristische trekpleister die echter op veel reisprogramma’s prijkt, ook al is er in Hiroshima zelf verder weinig te zien. Voor de kust ligt echter ook het eilandje Mijayima, ook al Unesco Werelderfgoed, en één van de drukst bezochte toeristische sights in Japan. De rode torii vlak voor de kust die net als de bijbehorende schrijn bij vloed volledig in het water staat (en lijkt te drijven) en bij eb droogvalt (en je er naartoe kunt lopen) is één van de bekendste (en wordt geroemd als één van de drie mooiste) zichten op Japan (je merkt het ze zijn in Japan dol op topdrie’s). Hadden wij natuurlijk weer een bewolkte dag zodat ons een ‘picture perfect’ moment werd onthouden. Desalniettemin vonden we het één van onze meest geslaagde uitjes tot nu toe. Dat was mede te danken aan de hertjes op het eiland die de bezoekers ‘lastig vielen’ op zoek naar voedsel. Wie niet oplette zag had opeens een snuit z’n tas induiken om er snel etenswaar, maar vaker nog plastic of papier, uit op te vissen.

Naast de torii en schrijn vonden we de Daisho-in tempel met z’n vele verschillende tempelgebouwen en grappige, kleine monniksbeelden in verschillende poses erg mooi. We zijn ook nog met de kabelbaan de 553 meter hoge Misen berg opgegaan (laatste stuk moest je nog steil omhoog lopen) en zijn we helemaal terug naar beneden gelopen (was niet echt bijzonder, maar wel goed voor de bovenbeenspieren en de conditie zullen we maar denken). Vanuit Hiroshima hebben we daarnaast nog de Kintai-kyo brug in Iwakuni bezocht. Het bleek met openbaar vervoer dat hardnekkig weigerde om goed op elkaar aan te sluiten een boel gedoe om de vijf bogen van deze brug te bewonderen (heen bijna een uur met de boemel om veertig kilometer te overbruggen, dat kan dus ook in Japan) en waar je ook nog eens drie euro moest neertellen voor het privilege om de brug te mogen betreden. Terug misten we net de Shinkansen en moesten we drie kwartier wachten, want Iwakuni is een minder gefrequenteerd tussenstation op de Shinkansenlijnen. Konden we horen hoe het klinkt als een Shinkansen een station op volle snelheid passeert: net een aardbeving. Daarna waren we binnen een kwartier weer in Hiro. Het blijft een land van uitersten…..

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment