2010 India

Happy Diwali – Gujarat: Somnath, Junagadh, Bhuj, Rann of Kutch, Mandvi, Ahmedabad

Written by Roel Kerkhof

Hoe dieper we Gujarat intrekken, hoe meer we een bezienswaardigheid worden. Vanuit Diu zijn we met de taxi naar Junagadh gegaan. Door met de taxi in plaats van met de bus te gaan kan met name Roel eens wat meer van de subtropische omgeving zien. Vanwege zijn lengte zit hij het liefst aan het middenpad, want de zitplaatsen zijn over het algemeen krap, maar dat betekent ook dat hij slecht zicht naar buiten heeft (en dat is soms best zonde). Tegelijk kunnen we zo een tussenstop maken bij de ons door verschillende Indiërs aanbevolen tempel van Somnath. De locatie aan de kust is mooi, maar verder vonden we de tempel die door de eeuwen heen verschillende malen werd verwoest en weer opgebouwd – de huidige versie dateert uit 1950 – niet zo bie. We missen wellicht de religieuze klik, maar het kan ook heel goed zijn dat we een beetje ‘uitgetempeld’ raken.

In Junagadh is het weer tijd voor een stevige ochtend workout. De eerdere beklimming in Palitana (zie onze vorige blog) blijkt slechts een opwarmertje te zijn geweest voor de beklimming van Girnar Hill. Volgens de Lonely Planet moeten we 10.000 treden beklimmen, maar kun je op trede 3.000 ‘instappen’. Zoals wel vaker heeft de LP het fout: we moeten gewoon onderaan beginnen. We beginnen al om 5.40 uur met de klim. Een verstandige keuze. Als we omhoog lopen liggen de treden beschermd tegen de opkomende zon in de schaduw van de berg (de eerste drie kwartier is het zelfs nog volledig donker). Tijdens onze afdaling liggen ze echter volledig in de zon. Die afdaling kunnen we tot opluchting van Eugénie, die het na 4.000 treden behoorlijk zwaar begint te krijgen op de grotendeels steil tegen de rotsen uitgehouwen treden (wie bedenkt zoiets) veel eerder inzetten dan verwacht. ‘Al’ na zo’n 5.000 treden is de top bereikt.

Daarna kun je nog op en neer naar verschillende andere heuvels met tempels (en zo zou je aan 10.000 treden moeten komen), maar wij hebben ons doel bereikt. Veel zal doorgaan ook niet toevoegen; de beloning op de top is minder spectaculair dan in Palitana. De uitzichten zijn weliswaar fraai, maar afgezien van een wat kleiner complex Jain tempels rond trede 4.000 zijn de tempels zelf weinig bijzonder. We zullen echter voldoende punten hebben gescoord op onze weg naar moksha (de bevrijding uit de cyclus van geboorte en dood) en kunnen ons op de terugweg verkneukelen over de mensen die in de brandende zon naar boven zwoegen of een laatdunkende blik werpen op de mensen die zich in een dholi naar boven laten dragen. Een herinnerings t-shirt ‘I climbed Girnar Hill’, om de geleverde topprestatie ook aan de grotere buitenwereld kenbaar te maken, zit er helaas niet in – zo commercieel wordt er nog niet gedacht.

Naast Girnar Hill heeft Junagadh nog de Mahabat Maqbara – een opvallend mausoleum met spiraalvormige minaretten -, een weinig bezienswaardig fort en een dierentuin als voornaamste attracties in de aanbieding. Hoewel de onderkomens van de dieren vaak nogal Spartaans ogen zien de meeste beesten – waaronder de lokale met uitsterven bedreigde Gir leeuwen en tijgers – er verrassend gezond uit. De meest gefotografeerde diersoort lijkt echter toch de Homo Sapiens Neerlandicus (de Dutch(wo)man) die met zijn/haar indrukwekkende gestalte vooral kleine kinderen nog wel eens schrik wil aanjagen.

Met een tussenstop in Rajkot – waar we op de eerste dag van Diwali een onverwachte surprise vormen – zijn we met een private AC bus in 5 snelle en voor Indiase busbegrippen comfortabele uren naar Bhuj gereden. Omdat we een veel tragere staatsbus (met latere vertrektijd) hadden ingecalculeerd, zijn we al veel vroeger in Bhuj dan gepland. Kunnen we mooi al rondkijken, denken we. Dat is echter buiten Diwali gerekend. De stad blijkt grotendeels op slot, inclusief de – zo ontdekken we later – wat magere toeristische trekpleisters. Wel kunnen we met eigen ogen zien dat de stad nog behoorlijk wat littekens vertoond van de verwoestende aardbeving die Gujarat, en dan met name de regio rond Bhuj, in 2001 heeft getroffen. Tien procent van de bevolking kwam daarbij om het leven. Veel gebouwen vertonen scheuren en nog lang niet alles is herbouwd. Daarnaast regelen we twee dagen een taxi om ons rond te rijden door Kutch, de regio ten noorden en noordwesten van Bhuj die bekend staat om het hoogwaardige handwerk van de tribale locals.

De eerste dag – waarbij we de kosten kunnen delen met een Italiaans stel dat met ons meerijdt – voldoet niet echt aan de verwachtingen. Vanwege Diwali is er in de dorpen die we aandoen weinig reuring en de mensen die we zien ogen weinig anders gekleed dan we elders in Gujarat hebben gezien. Het wordt vooral een shopping-tour. Dat laatste verandert de tweede dag niet echt, maar we krijgen wel te zien waarvoor we helemaal naar deze uithoek van India (want dat is het) zijn gereisd: kleurrijk geklede en rijk met sierraden opgesmukte tribal vrouwen (met name de paar vrouwen met enorme neusring maken indruk, dat kan nooit gemakkelijk zijn…). In het ene dorp is de verkoopdruk wat hoger dan in het andere dorp.

Eugénie piekt al vroeg met de aankoop van een choli – het bovenstuk van de traditionele kledij – zonder dat verkoop de bedoeling is. Terwijl we zitten te luisteren naar een privéconcertje van een regionaal bekende muzikant (doel: CD-verkoop) zegt Eugénie dat ze de kleding van de vrouw des huizes zo mooi vindt en vraagt ze hoe lang het duurt om zoiets te maken (drie maanden). De vrouw haalt een andere choli uit haar eigen kledingkoffer zodat ze van dichtbij het handwerk kan bekijken. Als we weg willen gaan vraagt Eugénie waar we eventueel een choli kunnen kopen. Antwoord: je mag de choli die je net hebt gezien wel van mij overnemen. En zo zijn we voor zo’n 35 euro een origineel – niet voor toeristen gemaakt – souvenir rijker: en die kan dan weer mooi in de tas die we een dorp later als zieligheidsaankoop hebben gedaan….. (zucht). De dag wordt afgesloten met een bezoek aan een enorme zoutvlakte in de Rann of Kutch, een ruige, schrale vlakte die de grens vormt met Pakistan.

Onze laatste dag in Bhuj maken we een uitstapje naar de kunstplaats Mandvi waar volledig met de hand enorme houten dhows voor de Arabische markt worden gebouwd. Verder nog even een lokaal paleis bezocht en duur geluncht bij een privéstrand. Hier staan ook een aantal hoteltenten waar je voor 100 euro per nacht kunt overnachten. Vooraf hadden we dit nog serieus overwogen, maar ze zijn blij dat we dit toen al te duur vonden: het resort blijkt zwaar overpriced voor de faciliteiten die het biedt. Na een saaie, bijna acht uur durende treinrit zijn we zojuist weer teruggekeerd in Ahmedabad. Voor het eerst hebben we een volledig bewolkte dag de laatste uren regent het zelfs. Het enige voordeel is dat de temperatuur daardoor wat lijkt te dalen. Met uitzondering van Diu – waar het met iets meer dan dertig graden Celsius bijna koel leek – bleven de temperaturen maar hoog (vonden ook de Indiërs zelf). Van een Belgische fietser die we bovenop Girnar Hill ontmoetten hoorden we dat hij de dag ervoor in de zon een temperatuur van 42 graden had gemeten.

Vanwege die hitte hebben we ons dan ook maar overgegeven aan het feit dat een kamer met airco toch wel handig is, al hebben we dat liever niet; je wordt er alleen maar ziek van – beiden zijn we nu aan het sniffen en hoesten…. Normaal heb je in India drie problemen bij het vinden van een geschikte kamer: hitte, herrie en harde bedden. Na om die redenen in low budgethotels al verschillende keren een doorwaakte nacht te hebben beleefd, gaan we steeds meer voor midden klasse hotels. Soms verblijf je voor prijzen tussen de 20 en 30 euro in verrassend goede hotels. Het anderhalve week geleden door ons via Cleartrip (het Indiase Expedia) gereserveerde hotel Siddharta Palace in Ahmedabad valt daar helaas niet onder. Hoewel de drie h’s redelijk zijn geëlimineerd oogt het onderkomen toch wat schamel. ‘Stay like a prince’ zegt het bordje op onze deur. Als we de komende twee nachten lekker kunnen slapen, zullen we ze maar het voordeel van de twijfel geven

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment