2010 India

Festival tijd – Jodhpur, Mount Abu

Written by Roel Kerkhof

Om verder te gaan waar we de vorige keer waren gebleven: een Deluxe bus in India betekent weinig, hooguit dat ie wat minder gammel is dan een staatsbus, en de gereserveerde zitplaatsen bleken boterzacht (onze zitplaatsnummers bleken niet te bestaan). Maar ach, we meldden ons mooi op tijd bij de bus en waren daardoor verzekerd van redelijke zitplaatsen voor de ruim vijf uur durende trip van Jaisalmer naar Jodhpur. Hier zijn we vier nachten gebleven vanwege Jodhpur Riff, een internationaal folkfestival waarbij naast optredens met traditionele Rajasthani folkmuziek allerlei samenwerkingsvormen met moderne Indiase muziek en buitenlandse folkmuziek te beluisteren waren. Voor dit festival hadden we via internet al een ‘full donor pass’ besteld waarmee we toegang hadden tot alle optredens.

De meeste optredens vonden ’s avonds plaats in het Mehrangarh fort dat op een rots hoog boven de stad uittorent en dé reden voor bezoekers is om Jodhpur te bezoeken. De stad zelf, bijna 1 miljoen inwoners, is namelijk vooral druk, chaotisch en vuil, al hebben we ons – met de vele tijd die we om handen hadden – best vermaakt met een ‘fotostadssafari’ rond Sardar Market in het oude centrum van de stad, waarbij we veel leuke plaatjes hebben kunnen schieten van Indiaas stadsleven. Meer in ieder geval dan tijdens de Bishnoi village trip. De Bishnoi zijn een tribale sekte die geloven in de heiligheid van de natuur en onder meer bekend staan om hun bescherming van bomen. De trip bestond uit een bezoek aan een pottenbakker, een tapijtwever en een opiumceremonie (of het echte opium was betwijfelen we, maar mocht dit toch het geval zijn dan kunnen we nu niet meer zeggen dat we nog nooit drugs hebben gebruikt….). Maar echte pittoreske dorpjes hebben we niet gezien. Misschien hebben we gewoon een te romantisch idee bij wat we van zoiets moeten verwachten…

Terug naar het Mehrangarh fort. Tijdens het bezoek overdag waren er vanwege Riff ook al tal van optredens door het hele fort die van het bezoek een bijzondere beleving maakte. De audiotour – die als de beste van India werd aangeprezen – verloren we daardoor eigenlijk een beetje uit het oor. De betaalde optredens in de avonduren bleken een ietwat elitaire aangelegenheid, al betrapten we op de derde avond de vlak voor ons zittende Gaj Singh II, Maharaja van Marwar en Jodhpur, er op om net als iedere sterveling filmpjes en foto’s te maken met zijn pocketcameraatje. De optredens varieerden nogal in aantrekkelijkheid. Zelf vonden de tweede avond het meest geslaagd met het optreden van Susheela Raman – de Indiaase Neneh Cherry – die Indiase rock combineerde met Rajasthani folkmuziek.

Tijdens onze laatste nachtelijk wandeling terug naar ons hotel kwamen we er trouwens achter dat het voortdurende lawaai dat onlosmakelijk verbonden is met het leven in een Indiaase stad (wanneer hoor je eens geen getoeter) duidelijk invloed heeft op het gehoor van de gemiddelde Indiër. Niet ver van ons hotel vond midden op straat een optreden plaats dat we tot verbazing van het publiek het liefst zo snel mogelijk passeerden. Onze trommelvliezen werden zo ongeveer tegen elkaar gedrukt door het hoge aantal decibels. Terwijl de Indiërs zich het liefst ze dicht mogelijk op het podium nestelden hadden wij op 200 meter afstand eindelijk het gevoel weer normaal te kunnen ademhalen.

Van Jodhpur zijn we met de trein naar Mount Abu gereisd, een reis van zo’n vijf uur. Mount Abu is het enige hillstation in dit deel van India. Het ligt op 1200 meter hoogte en is daardoor qua temperatuur een stuk aangenamer dan de rest van Rajasthan en het aangrenzende Gujarat. Vooral voor Gujarati’s is het daarom een populaire vakantiebestemming, maar ook wij vinden de lagere temperaturen (overdag een graadje of dertig, ’s avonds is een extra laagje nodig) toch ook wel even een verademing. Onze belangrijkste reden om hier te komen waren echter de Dilwara tempels. Deze Jain tempels zouden bijna even mooi moeten zijn als de Jain tempels die we twaalf jaar geleden in Ranakpur hadden gezien. Toen was het één van de hoogtepunten van onze eerste grote verre reis. Ook in de Dilwara tempels zijn plafonds, muren en pilaren voorzien van duizenden uiterst gedetailleerd in marmer uitgehouwen versieringen (fotograferen helaas verboden). Erg mooi allemaal, maar de wow-factor van twaalf jaar geleden ontbrak een beetje (raken we te verwend?).

Verder hebben we in Mount Abu de tijd genomen om een beetje te relaxen. Daarvoor hadden we een luxury hotel uitgekozen, waar we nu wachten op het eten dat we via roomservice hebben besteld…. Maar liefst zeven euro zijn we daaraan kwijt (normaal is ons kostje al gekocht voor 3,5-5 euro). Eén ding hebben alle hotels echter gemeen: je moet blijven zeuren om wc-papier (en dat hebben we hard nodig want we hebben meer dan normaal last van onwillige magen). Nog even iets over prijzen: soms weet je absoluut niet waar je aan toe bent. In Jodhpur hadden de rickshaw rijders een duidelijke kartelafspraak met betrekking tot een ritje naar Mehrangarh fort (een kilometer of vier): 100 rupee (1,65 euro). Komen we met de trein in Abu Road aan roept de eerste de beste taxirijder die ons aanspreekt 200 rupee voor de28 km omhoog naar Mount Abu. In de gloednieuwe auto (groter dan een Renault Scenic) denken we al dat ie 200 rupee per persoon bedoelde, maar bij het afrekenen bleek het toch echt om 200 rupee totaal te gaan….

Nog een voorbeeld: bij aankomst in Jodhpur vroegen we ons hotel meteen om een dokter omdat de grote teen van Eugénie weer meer last gaf (gaat overigens nu inmiddels de goede kant op). We kozen voor de ‘dure’ optie om de dokter in het hotel langs te laten komen: 50 rupee (82 eurocent) in plaats van 20 rupee. De beste man liet tijdens zijn consult ook nog een flinke dot watten en wat zalf voor de teen achter, zonder daar wat extra voor te rekenen. Je kan beter ongeschoold achter het stuur van een ronkende rickshaw kruipen dan door te leren voor arts lijkt het wel… Morgen gaan we weer de hitte in en reizen we naar een nieuwe staat: Gujarat. We laten zsm weten wat onze eerste indrukken hier zijn.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment