2010 India

Hindustan zainabad – Amritsar, Shekawati, Bikaner

Written by Roel Kerkhof

Het heeft even geduurd, maar eindelijk een teken van leven van ons. We beginnen maar bij ’t begin: de heenreis. Die stond vooral in het teken van wachten; wachten op het vliegveld van Hamburg, wachten op het vliegveld van Helsinki, wachten voor de paspoortcontrole op het vliegveld van Delhi, wachten op de shuttlebus van het internationale vliegveld naar het binnenlandse vliegveld en ook daar weer wachten op ons vliegtuig naar Amritsar. Nou ja,vliegtuig, het leek meer op een vliegende bus (meer passagiers pasten er ook niet in en Roel moest bukken om door het gangpad te kunnen lopen). De ingewanden werden deels bijeen gehouden door ducktape en plakband, maar het ding vloog wel getuige de wild draaiende propellors vlak naast ons raampje. Na 32 uur zonder slaap konden we in Amritsar dan eindelijk ons bedje opzoeken.

Amritsar ligt eigenlijk compleet buiten de rest van onze route, maar we wilden hier toch graag heen vanwege de Gouden Tempel, het belangrijkste heiligdom van de Sikhs, die een religie aanhangen die haar oorsprong heeft in de deelstaat Punjab. Sikh mannen zien er met hun gitzwarte baarden, donkere, prangende ogen en typerende tulband indrukwekkend uit, maar zijn – geheel in lijn met hun religie – juist zeer zachtmoedig en vriendelijk. We hebben de tempel twee keer langere tijd bezocht om de sfeer die daar hangt volledig op te kunnen snuiven. Het was er zo druk dat we pas bij ons tweede bezoek in de rij wachtenden aansloten om ook de tempel zelf in te kunnen. Voor veel bezoekers van de tempel waren wij als blanke toeristen een aanvullende attractie. Als echte vip’s moesten we weer veel handen schudden en poseren voor foto’s (of zou ook in India zijn doorgedrongen dat Roel vorige maand wereldkampioen tijdrijden voor journalisten is geworden…..?).

Naast de Gouden Tempel hebben we tevens twee Hindoe tempels bezocht, de Durgianatempel – ook wel de kleine Gouden Tempel genoemd, waar vanwege het meerdaagse Durga festival ook de nodige reuring was – en de Mata tempel, waar vrouwen heen gaan die zwanger willen worden (nee, wij ondernemen echt geen last minute pogingen meer…). Voor ons had deze tempel met letterlijk een hoog kruip-door-sluip-door gehalte het meest weg van een ouderwetse kermisattractie – alleen de cakewalk ontbrak…

Vanuit Amritsar hebben we ook de Wagah Border Ceremony bezocht. Iedere namiddag voeren militairen aan weerszijden van de Indiaas-Pakistaanse grens een (onbedoeld) koddige ceremonie op ter gelegenheid van het strijken van de vlag en het sluiten van de grens. Vanaf tribunes die aan beide kanten van de grens zijn gebouwd (aan Indiaase zijde afgeladen, terwijl het een beetje stil was aan de overkant) worden de militairen door duizenden ‘fans’ aangemoedigd terwijl zij een act opvoeren die rechtstreeks afkomstig lijkt uit de Ministery of Silly Walks van Monthy Python. Voor Indiers en Pakistani ongetwijfeld een manier om hun nationale trots te uiten, wij vonden het vooral hilarisch. Dat ook de militairen hun taak serieus namen bleek wel uit de warming-up en strechoefeningen de eraan vooraf gingen (konden we mooi zien vanaf onze plek op de tribune). Bij elk Hindustan zainabad (lange leve India) vanaf de tribunes leek hun borst steeds verder op te zwellen.

Al op dag twee in India hadden we ook al een ziekenhuisexcursie achter de rug. Eugenie had al op de heenvlucht last gekregen van een ontsteking aan de grote teen en wou graag dat een dokter daar naar keek. Na eerst in een vage ‘nursery home’ (Roel dacht dat ie een rat spotte) haar teen te hebben ontbloot aan de dienstdoende zuster die ook niets beter wist dan er betadine en een verbandje omheen te doen, hadden we in een tweede ‘nursery home’ meer succes. Met een lading extra pillen was Eugenie weer enigszins gerustgesteld. Rondkijkend in het hospitaaltje zou je liever ook niet zien dat er in je gesneden ging worden.

Van Amritsar ging het vervolgens per taxi naar Mandawa, een rit van 12 uur vrijwel non-stop rijden en veel naar de weg vragen. Al bij de zoektocht naar een taxi was ons gebleken dat we weer eens iets lastigs wilden. Niemand wist waar Mandawa lag. Chauffeur Kuldeep bracht ons echter zonder al te veel omwegen en zonder onderweg te eten (‘makes me sleepy’) op de plaats van bestemming. Gelukkig was ie wel zo verstandig om eerst een nachtje te slapen alvorens weer helemaal terug te rijden. Mandawa ligt in de regio Shekawati die vooral bekend staat om z’n fraai beschilderde haveli’s, traditionele koopmanshuizen uit vooral de negentiende eeuw. Het gebied wordt nu nog weinig door toeristen bezocht, maar beschikt over een enorm toeristisch potentieel als er geld gestoken zou worden in het opknappen ervan.

Dat gebeurt nu nog zelden, er worden hooguit ‘caretakers’ aangesteld die in ruil voor veelal gratis bewoning verder verval moeten tegengaan, waardoor de meeste haveli’s half vervallen zijn. Maar ook dan is er genoeg te zien. We hebben vier dorpen/stadjes bezocht – naast Mandawa, Ramgarh (met ook veel imposante mausolea), Mahensar en Fatehpur -, waar ook onze gids Raj steeds weer nieuwe dingen ontdekte zodra hij van zijn vaste route afweek. Overal kwamen we weer fraaie, oude haveli’s tegen met afbeeldingen varierend van goden, maharaja’s en de bewoners tot Britse militairen, treintjes, auto’s en vliegtuigen.

Nu bevinden we ons in Bikaner, dik drie uur bussen vanaf Mandawa, waar we na twee middenklasse hotels weer eens echt budget overnachten. Bikaner ligt aan de rand van de Thar woestijn, dus het is hier stoffig en heet (35+, maar dat is het hier eigenlijk overal). De stad zelf vinden we niet bijster interessant. De belangrijkste reden om hier heen te gaan was dan ook niet Bikaner zelf, maar de rattentempel in Deshnok, 30 km ten zuiden van Bikaner. Deze tempel wordt bevolkt door duizenden ratten die als heilig vereerd worden. Vanwege het Durgafestival heerste er een kermisachtige sfeer en was het er retedruk. Toen we de enorm lange rij voor de ingang van de tempel zagen – verwachtte wachttijd 2-3 uur – wilden we eerst de pijp aan Maarten geven, maar een vriendelijke beveiligingsbeambte liet ons langs de rij naar binnen zodat we toch een van de meest merkwaardige attracties van India (en dat wil wat zeggen…) konden aanschouwen.

Eugenie opteerde voor de light ervaring (met sokken), Roel ging hardcore (op blote voeten). Het sanctum sanctorum konden we helaas niet betreden (daar was dat lange wachten voor), maar verder konden we door de rattenkeutels banjerend overal komen. De beestjes mogen dan heilig zijn, echt gezond zagen ze er niet uit. Veel geluk zal ons bezoek aan de tempel ons naar verwachting niet opleveren. Geen enkele rat waagde het over onze voeten te lopen – dat brengt extra geluk – en een witte rat – die extra extra geluk zou moeten opleveren – kregen we al evenmin te zien. Maar vreemd was het allemaal wel.

In Bikaner zelf hebben we nog het lokale fort bewonderd (met audiotour, ja ook dat is hier inmiddels doorgedrongen), het Camel Breeding Research Center bezocht (hadden we mogen missen, een kameel is een kameel) en wat in de stad rondgesjouwd om onder andere op zoek te gaan naar een apotheek om antibiotica te scoren voor Roel die – zonder zich ziek te voelen – al bijna vier dagen aan de dunne is en om een pinautomaat te vinden die gecharmeerd is van onze ING-passen, want we zullen de komende twee dagen veel geld nodig hebben voor ons verreweg duurste onderkomen van deze trip. We zullen in een volgende posting laten weten of het de extra uitgave waard is geweest. Eerst maar afwachten of we nog welkom zijn. We lazen in de krant dat de eigenaar afgelopen week is gearresteerd nadat ie in beschonken toestand een Nederlandse gaste had aangevallen…..

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment