2008 Marokko

Gezellig ziek geweest – Ouarzazate, M’Hamid, Ait Benhaddou, Taroudannt, Tafraoute, Agadir

marokko
Written by Roel Kerkhof

We hebben een week van uitersten achter de rug: zon en regen, warmte en kou, woestijn en bergen, Toyota Landcruiser en Kia Picanto, diarree (Eugenie) en juist niet (Roel). We trapten af met onze driedaagse trip naar de Sahara met een Toyota Landcruiser bestuurd door chauffeur Brahim (20 jaar, 9 broers en zussen, oudste broer 26, vader 47, moeder 40 – doe het rekensommetje en say no more). Eugenie voelde zich na twee dagen op baguettes en water leven weer redelijk hersteld van haar onrustige buik en het weer was perfect, dus leek niets een mooie driedaagse in de weg te staan. Dag 1 begon ook goed: een mooie route door de uitlopers van het Sarhro gebergte en de Draa vallei met zijn vele palmeraie en vervallen kasbahs bracht ons naar de zogeheten Hamada of steenwoestijn in het oosten van Marokko.

De lange rit werd onder meer onderbroken door een bezoek aan het plaatsje Tamegroute, van oudsher een religieus centrum en een van de vele stops op de vroegere karavaanroutes en nu vooral bekend om de eeuwenoude koranbibliotheek, met teksten die teruggaan tot de dertiende eeuw. Na een rondleiding door het dorp dat bestaat uit enkele onderling verbonden ksour (wat een stelsel van zeer donkere, maar koele gangen en steegjes oplevert) en een onvermijdelijke stop bij de plaatselijke pottenbakkerij (waar we voor het eerst in drie weken een heuze toeristische aankoop deden). Daarna ging het richting het tentenkamp bij de zogeheten ‘Duinen van de Joden’ vlakbij het M’hamid, letterlijk het einde van de verharde weg.

Gezien de stevige prijs die we hadden betaald voor onze woestijndriedaagse viel het onderkomen wat tegen. Oke, voor het eerst deze reis hadden we dan iets van een avondprogramma (met het onvermijdelijke verzoek ook wat eigen floklore ten gehore te brengen – de Polen deden hun best, de Nederlanders weerden zich dapper met onder meer Zie ginds komt de stoomboot, Poesie Mauw en Kortjakje, de Spanjaarde weigerden), maar de ons toegewezen nomadentent had veel weg van een gatenkaas. Wind en zand hadden dan ook vrij spel de tent binnen te dringen. Dat de nacht wat onrustig werd, was echter vooral het gevolg van Eugenie’s buik die weer begon tegen te spartelen. En erger dan de dagen ervoor. Niet erg prettig met alleen een toilettent met hurktoilet in de buurt.

Na de volgende ochtend eerst nog wel de geboekte omloop rond de duinen op de dromedaris te hebben gemaakt, besloten we terug te keren omdat Eugenie zich steeds slechter ging voelen. De duinen van Erg Chigaga (het uiteindelijke doel van de woestijntrip) zullen het daarom zonder onze voetstappen moeten doen. Jammer, maar helaas. Na een bezoek van dokter Samir, die twee dagen bedrust en een flinke lading medicijnen voorschreef, konden we de reis weer voortzetten. Gelukkig ook voor Roel, want Ouarzazate is een weinig inspirerende plaats, een toeristenstad zonder ziel. Omdat een eigen auto ons goed was bevallen (Marokko is een land bij uitstek voor een autovakantie – redelijk goede wegen en veelal zeer weinig verkeer), huurden we andermaal een auto, een Kia Picanto dit keer, een koekblik met verrassend veel beenruimte.

Eerst toerden we naar het vlakbij Ouarzazate gelegen kasbah van Ait Benhaddou. Mede dankzij de filmindustrie (films als Lawrence of Arabia en Gladiator werden er opgenomen) en Unesco is dit de grootste en best gerestaureerde kasbah van Marokko. Toch wonen er nog maar 17 gezinnen. De rest van de bewoners woont inmiddels in een dorp aan de overkant van de rivier. Het onderhouden van een kasbah of ksar kost dan ook veel moeite. Ze zijn namelijk gebouwd van een mengsel van stro en leem. Onder invloed van weer en wind verpieteren de bouwsels tot hun oorspronkelijke grondstoffen wanneer ze niet regelmatig worden onderhouden. De kasbah van Ait Benhaddou was echter nog altijd imposant ook al sprankelde het door het steeds zwaarder wordende wolkendek minder dan we op foto’s gezien hadden.

Het was echter slechts een voorbode van het slechte weer dat ons te wachten stond. Onder loodgrijze luchten zetten we koers richting Taroudannt. Al snel begon het te regenen, en steeds heftiger te regenen. Op sommige plekken raakte de weg overspoeld, maar onze Picanto ploegde zich er dapper doorheen, maar zo’n 40 km voor Taroudannt moesten we dan toch omkeren. Een brug bleek compleet in bezit genomen door een kolkende, roodbruine watermassa. Dat betekende 30 km terugrijden en een andere weg nemen. Toen we vanaf deze weg de afslag Taroudannt namen wachtte ons na een paar kilometer een tweede onaangename verrassing; weer bleek een brug onbegaanbaar (die moeten ze toch echt wat hoger gaan maken in Marokko). Gelukkig bleek een derde brug (wel op Delta-hoogte) door onze Kia te nemen en bereikten we alsnog Taroudannt.

Hier was het nog een hele kunst om met dat slechte weer in de medina de juiste weg te vinden, maar ook hier gold driemaal is scheepsrecht. Alle moeite om Taroudannt te bereiken was vanwege de 5 km lange ommuring van de stad. Wij hadden begrepen dat je daar helemaal overheen kon wandelen. Dit bleek teleurstellend genoeg niet het geval. Je kon er omheen wandelen. Veel minder spannend. Omdat Taroudannt verder niet heel interessant was (al zag het er de volgende ochtend bij zonlicht alweer een stuk aardiger uit) waren we al vroeg op weg naar onze volgende bestemming, Tafraoute, een dorpje in de anti-Atlas.

Net voor de buien uit reden we door een imposant berglandschap, waar je soms een stap terug in de tijd zette. Wanneer we met onze auto passeerden zagen we regelmatig hoe vrouwen het gezicht afwendden of hun sluier dieper over het gelaat trokken. Net voor Tafraoute haalde het miezerige weer ons weer in, waardoor we niet echt konden zien hoe mooi het tussen de rotsen genesteld lag. Veel was er verder niet te doen. Dat merkte je ook aan de locals. Anders valt het toch niet te verklaren dat je met z’n allen naar een liveverslag gaat kijken van een voor lege tribunes gespeelde voetbalwedstrijd tussen Noord-Korea en de Verenigde Arabische Emiraten. Zo voetbalgek kan toch niemand zijn?

Nu zitten we in de badplaats Agadir en schijnt gelukkig de zon weer. We hebben onze intrek genomen in een beach club achtig geheel op basis van half pension. Voor het echte vakantiegevoel hebben we een appartement met een mooi uitzicht op zee en de baai van Agadir. Het heeft hier niet veel met Marokko van doen. Je kan net zo goed op de Canarische Eilanden of aan de Costa Blanca kunnen zitten. De enige attractie is een vervallen kasbah. Met de nadruk op vervallen, van ons mag het de naam kasbah al niet eens meer dragen, maar ironisch genoeg is het waarschijnlijk de meest bezochte kasbah van Marokko.
Maar we zijn hier dan ook vooral voor wat zon en uitrusten van de reis. En dat kan hier perfect. Nog een week (met nog een bezoek aan Essaouira en afsluitend shoppen in Marrakesh) en dan is deze reis weer voorbij. Als we weer thuis zijn laten we nog wel even weten hoe de laaste dagen zijn geweest. Inshallah.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment