2008 Marokko

Gezellig in de Dacia – Midelt, Merzouga, Todra en Dades kloof, Ouarzazate

Written by Roel Kerkhof

We hebben net onze auto ingeleverd, tijd dus om verslag te doen van de reisetappe per voiture – een Dacia Logan (een Roemeens stuk blik ‘by Renault’). We hebben zes dagen met zeer wis selende omstandigheden achter de rug. Van grijs, somber en regenachtig tot zeer warm en zonovergoten. Niet zelden begonnen we de dag met vier lagen kleding aan om dan te eindigen in t-shirt – of omgekeerd. Gelukkig hebben we de dans ontsprongen in Noord-Marokko. We lazen gisteren in de krant dat hier door hevig noodweer dertien doden waren gevallen. Voor vandaag gold voor een groot deel van het land een weerswaarschuwing, ook voor Ouarzazate, waar we nu zijn. En naar buiten kijkend belooft het inderdaad niet veel goeds.

Dag 1 was weertechnisch de minste dag van de reis tot nu toe. Berber (inwoner van Marokko) betekent volgens ons gewoon brrbrr. Het koude, grijze weer paste wel een beetje bij de eerste stop die we maakten, Ifrane. Dit kleine, aangeharkte universiteitsstadje voor de ‘rich and famous’ leek regelrecht vanuit de Alpen in Marokko te zijn getransplanteerd. Een vervreemdende ervaring, zeker als je daar alle veiligheidsmensen die er rondliepen bij in beschouwing neemt. Daarna maakten we een tour over weinig bereden en soms slechte wegen door de woeste bergen van de Midden-Atlas om via een grote omweg – en soms door zeer dichte mist – over hoogvlaktes naar het op 1500 meter hoogte gelegen Midelt te rijden voor een kille overnachting. Op foto’s leek het een mooie omgeving, maar nu maakte het vooral een naargeestige indruk.

Dag twee begon volgens hetzelfde stramien, maar naarmate we afdaalden richting de woestijn in het oosten van Marokko werd het warmer en brak de zon door. Het landschap bestond onder meer uit diep in de rode bergen uitgesleten canyons en uitgestrekte palmeraies (palmgaarden) uiteindelijk langzaam maar zeker overgaand in de stenige rafelranden van de woestijn. Hier was te zien dat het de afgelopen dagen flink geregend had, getuige de vele grote plassen water die door de harde bodem maar moeilijk wegzakten. Terwijl we langzaam maar zeker aan de rand van de bewoonbare wereld terecht kwamen, slaagde Roel er in ondanks het onderhouden van een ‘vitesse touristique’ in om door de politie staande te worden gehouden wegens te hard rijden. De lasergun wees 56 km/uur aan waar 40 km/uur de toegestane snelheid was binnen de ‘ secteur urbain’ van Rissani. De agent streek na Roels verontschuldigingen echter over zijn hart en liet ons ontsnappen, als we maar ‘doucement’ reden. Pfff. Dat scheelde weer 400 Dirham (circa 36 euro).

Doel van de reis op dag twee waren de 160 meter hoge zandduinen van Erg Chebbi bij het plaatsje Merzouga, onze eerste kennismaking met de Sahara deze reis. De volgend ochtend stonden we om vijf uur op en maakten we een vooral voor Eugenie erg zware klim naar de top van een van de duinen. Deze inspanning werd echter beloond met een groots uitzicht bij opkomende zon over een zee van zandduinen. Het viel trouwens nog niet mee om in het donker de kortste weg naar de grote duinen te vinden. De weg terug naar ons onderkomen was echter weer heel eenvoudig; gewoon onze voetstappen in het zand terug volgen. En wat bleek? We waren amper omgelopen (zo leek het). We hadden hier overigens een van onze beste onderkomens deze reis, auberge Le Petit Prince, ons getipt door een jongen in Midelt. We voelden ons er als koningen.

Vanuit de woestijn zetten we vervolgens weer koers richting de Atlas voor een bezoek een de Todra en de Dades kloof. De lange weg erheen voerde door een maanlandschap met hier en daar een stoffig dorpje. Ander verkeer was er nauwelijks. De ingangen van de beide kloven werden gekenmerkt door kasbahs en ksour (meervoud van ksar of versterkte vesting) en palmeraies. In de Todra kloof werd weer duidelijk dat het ook hier veel geregend hard (toen wij aankwamen stortregende het eveneens). Vlak voor de ingang van het smalste deel van de kloof – waar de bergwanden 300 meter loodrecht omhoog rijzen – was de weg voor gewone auto’s onbegaanbaar geworden door het hard gestegen waterpeil van de Todra. We konden daardoor niet naar het door ons uitverkoren hotel doorrijden en settelden daarom maar voor een hotelletje bij de ingang van de kloof, die bij slecht weer vooral koud en guur was. De volgende dag scheen gelukkig de zon weer en konden we toch nog even van een wandeling rond de kloof genieten .

De Dades kloof was wat minder spectaculair, maar hier konden we dan wel weer 60 km inrijden, waardoor je wat beter een indruk kreeg van hoe de bergbewoners wonen. En nu zijn we dus in Ouarzazate, waar we nog niet zoveel gedaan hebben omdat Eugenie zich wat ziekjes voelt. Veel is hier overigens ook niet te zien, met uitzondering van de deels gerestaureerde kasbah van Taourirt (oogde van binnen van klinisch) en de filmstudio’s van Atlas studio’s – Marokko’s antwoord op Hollywood -, waar je een rondleiding kon volgen langs enkele sets van films die hier zijn opgenomen zoals The Last Temptation of Christ, Kundun, Asterix, Kingdom of Heaven en The Mummy Returns. Wel grappig om al die – veelal – Egyptische sets te zien van piepschuim en karton, maar het was zeker voor Marokkaanse begrippen sterk overpriced. Morgen duiken we andermaal de woestijn in, dit keer met landcruiser en dromedaris. Nu maar hopen dat het weer en de buik van Eugenie snel verbeteren. Inshallah.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment