2008 Marokko

Gezellig op z’n Spaans – Tetouan, Chefchaouen

Written by Roel Kerkhof

Ola,
Het klinkt misschien een beetje raar om zo te beginnen, maar in het noorden van Marokko heb je soms meer aan een beetje kennis van de Spaanse taal (die we nauwelijks hebben), dan aan beheersing van de Franse taal (waarin Roel zich enigszins kan redden). Dat heeft te maken met het feit dat het noordelijkste deel van Marokko in de eerste helft van de twintigste eeuw Spaans protectoraat was. Dat konden we eerder al merken in Asilah en was nog meer speurbaar in Tetouan en Chefchaouen, onze eerstvolgende reisdoelen.

Vooral de stad Tetouan – van 1912-1956 hoofdstad van het Spaans Protectoraat – draagt de nodige Spaanse sporen, ook al omdat in de eeuwen ervoor veel Spaanjaarden naar deze regio migreerden (nu is dat duidelijk anders..). Persoonlijk waren we niet erg onder de indruk van Tetouan, ook al staat de medina met z’n vele kruip-door-sluip-door steegjes op de werelderfgoedlijst van Unesco. Omdat de stad geen deel uitmaakt van de georganiseerde toeristenroutes en het aantal toeristen (afgezien van Spanjaarden) gering was, werden we erg vaak lastig gevallen door ‘hustlers’. Misschien dat dit mede ons oordeel vertroebelt.

Waarschijnlijk zullen we ons Tetouan vooral herinneren vanwege de erg lekkere couscous die we daar hebben gegeten, de lekkerste en meest royale tot nu toe. Prijzen aan de onderzijde van de culinaire markt blijken in Marokko weinig te varieren – zes tot tien euro voor twee personen -, kwaliteit en porties echter wel. Een eetgelegenheid kiezen blijft dus een gok (die in 9 van de 10 gevallen overigens wel OK uitpakt en soms zelfs zeer goed). Duurder uit eten gaan maakt over het algemeen niet uit, hebben we ook al ervaren. Twee tot drie keer meer betalen levert je alleen een luxere ambiance en hooguit wat meer variatie op de menukaart op, maar dat is het dan ook.

Vanaf Tetouan was het slechts anderhalf uur bussen naar Chefchaouen, een stadje in het Rif-gebergte, waar de kleur blauw erg dominant aanwezig was. Wie hier een hekel heeft aan de kleur blauw heeft een probleem: deuren, kozijnen, muren en soms ook straten en trappen waren in diverse gradaties voorzien van een blauwe verflaag. Leuk om tussen door te slenteren en wat unikleurige foto’s te maken. Omdat de straatjes en steegjes van de medina vaak steil omhoog en omlaag liepen kregen de kuiten en quadriceps tegelijk een aardige workout. Gelukkig belandde je meestal weer op het gezellige pleintje met terrasjes in het centrum van de medina, die een aangename afwisseling vormden op de gebruikelijke mannenterrassen waarvan Marokko vergeven is.

Om de beenspieren wat extra te prikkelen hebben we nog een wandeling van een paar uurtjes gemaakt door de heuvels rond Chefchaouen. Onderweg toonde Roel een oud vrouwtje zijn meest behulpzame kant door bladeren uit de bomen te plukken voor haar hongerige geiten. Roel kon immers veel hoger reiken dan het vrouwtje. Ze bedankte vriendelijk, maar liet nog wel even zien zijn hulp niet nodig te hebben door even later een boom in te klimmen op zoek naar sappiger blaadjes. Taai volk, die Rif-bewoners. Wij eindigden uiteraard weer op het terras. Dat gebeurt deze reis overigens vaker dan we gewend zijn. Enerzijds omdat het reizen soepel verloopt, anderzijds omdat we veelal eerder uitgekeken zijn dan bij onze reizen in Zuidoost-Azie normaal is. Waar het aan ligt?????? Maar wie weet verandert dit nog. Inshallah.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment