2008 Marokko

Gezellig in de koningssteden – Fes, Meknes, Volubilis, Moulay Idriss

Written by Roel Kerkhof

Groeten uit Fes, de grootste nog ‘levende’ middeleeuwse stad van de islamitische wereld. In Fes el-Bali (oud Fes) dat in al z’n oudheid en met 250.000 inwoners in al z’n voegen kraakt, waan je je soms in de middeleeuwen (vooral als je van de toeristische hoofdaders afwijkt en prompt verdwaalt in de wirwar van steegjes). Van de vier koningssteden (Marrakesh, Rabat, Meknes en Fes) heeft Fes de toerist dan ook het meeste te bieden, al blijft het aantal gebouwen waar je binnen kunt kijken ook hier erg beperkt. Wat dat betreft blijft hier veel toeristisch potentieel liggen. Het blijft behelpen met een paar medersa’s (wel mooi hoor!), enkele matig interessante musea, de gebruikelijke markten (met nieuw op de vleesafdeling: kameel) en af en toe een inkijkje in een moskee. Wat jammer toch dat je daar niet naar binnen mag. Het is helaas niet anders (met dank aan de Fransen die het tijdens hun protectoraatschap nodig vonden om de boel te vernielen).

Voor het eerst deze trip hadden we ook eens een lokale gids ingehuurd. Veel voegde dat overigens niet toe. Hoewel de beste man veertig jaar in de medina had gewoond debiteerde hij weinig meer wijsheden dan er in de (over het algemeen toch redelijk globale) Lonely Planet te lezen viel. De bordjes van de gepijlde routes door de medina gaven vaak meer informatie. Je kwam alleen wat sneller op de plekken die je wilde zien (al brachten ook hier de bordjes weer toeristische hulp – en anders kon je altijd nog achter een van de talrijke, ook veel Nederlandse, toergroepen aanslenteren). Maar ja, als er een ding is waar we voldoende van hebben, dan is dat tijd. Geeft niet: is er nu voldoende tijd om de weblog weer eens bij te werken.

Voor Fes brachten we nog een bezoek aan het vlakbij gelegen Meknes, dat we na een lange busdag in twee etappes bereikten. De eerste etappe van Chefchaouen naar Fes (bleek voor ons het handigst wilden we ‘s morgens vertrekken) nam bijna vijf uur in beslag. De eerste paar bustochten – Asilah-Tetouan via Tanger en Tetouan-Chefchaouen – waren redelijk goed bevallen, niet te lang en voldoende beenruimte, maar ondanks twee lange pauzes stapten we nu als een paar gebraden kippen uit de bus. Marokkanen houden blijkbaar niet zo van ventilatie. Mechanische ventilatie ontbreekt sowieso en de raampjes worden bij voorkeur gesloten gehouden. Terwijl wij ons het pleuris zweetten luidde de dresscode voor de gemiddelde busreiziger niet zelden t-shirt-overhemd-trui-jas. De enige concessie aan de hammamtemperaturen vormde hooguit het uittrekken van de jas. En dan toch niet zweten he! Hittebestendig die Marokkanen.

Het valt toch al op hoeveel kleren de meeste mensen aan hebben. Over het algemeen is het weer goed: temperaturen varierend van 23-28 graden Celsius en zonnig. Toch lopen ze hier veelal gekleed alsof het al diep in de herfst is. Maar goed, Meknes dus, waarvan de medina net als in Fes op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. Hier begonnen we de eerste serieuze tekenen van medinamoeheid te vertonen. Ook hier weer een medersa, een monumentale stadspoort, een mausoleum, een mellah (joodse wijk) en veel nauwe straatjes. Tijd dus om eens de supertoerist uit te hangen en een ritje te maken met een caleche (paard met koets). Vanuit Meknes huurden we tevens een grand taxi (dit zijn bijna altijd Mercedessen uit de jaren zeventig en tachtig) om de ruines van de tweeduizend jaar oude Romeinse nederzetting Volubilis (ook weer Unesco) en de heilige stad Moulay Idriss te bezoeken.

Dat was weer eens wat anders, ook qua weer – het was grijs, miezerig en winderig (we konden zelfs even de winterjas aan). Volubilis was ooit een van de verste buitenposten van het Romeinse Rijk, al is er niet super veel van overgebleven. Toch was het nog genoeg om er twee uurtjes rond te banjeren en de fantasie de vrije loop te laten gaan. Opvallend waren de soms zeer goed bewaarde mozaiekvloeren, die ook nu nog gewoon aan weer en wind liggen blootgesteld. De raison d’etre van het op een steenworp afstand gelegen Moulay Idriss – het mausoleum van de gelijknamige heilige – was voor ons niet-moslims helaas niet toegankelijk en dus bleef het bij sfeer snuiven en een lange zoektocht naar een plek met uitzicht op het heiligdom dat veel pelgrims trekt. Want vijf keer een pelgrimage naar Moulay Idriss staat gelijk aan de haj naar Mekka (en is wel zo budgetvriendelijk..).

Vanaf morgen hebben we zes dagen de beschikking over een auto en zullen we onder meer richting de Hoge Atlas en de Sahara rijden. De weersvoorspellingen duidden op een lichte regenkans als we richting woestijn rijden. Dat zou toch wat zijn: regen in de woestijn. Maar hopen dat dit niet het geval is. Inshallah.

About the author

Roel Kerkhof

Restless wanderer, retired cyclist and triathlete, geographer and writer. Man with a mission impossible: to visit all countries in the world.

Leave a Comment